Artikel 85, Wetboek van de Btw

Artikel 85 (toekomstig recht)

(De tekst van art. 85, § 1, zevende lid en § 3, wordt vervangen (Art. 57, W 12.05.2024, B.S. 30.05.2024, Ed. 2, pg. 68168, Numac: 2024003880). Deze wijziging treedt in werking voor alle of bepaalde categorieën van houders van een ondernemingsnummer, evenals voor natuurlijke personen, op een datum respectievelijk te bepalen door de Koning, en ten laatste op 01.01.2028 (Art. 222, W 12.05.2024))

§ 1. Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de belasting, nalatigheidsinteresten, fiscale geldboeten en toebehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert.

De belastingschuld kan het voorwerp uitmaken van verbeterende innings- en invorderingsregisters in het geval van een latere wijziging, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen in het innings- en invorderingsregister overeenkomstig het eerste lid.

De verantwoording van de belastingschuld wordt uiterlijk een maand vóór de opname ervan in het in het eerste of tweede lid bedoelde innings- en invorderingsregister, ter kennis gebracht van de belastingschuldige, behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen. In dat laatste geval wordt zij ten laatste op het ogenblik dat de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister wordt opgenomen aan de belastingschuldige ter kennis gebracht.

In afwijking van het derde lid, wordt voor de belasting die in een aangifte ingediend door de belastingplichtige opgenomen is, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de indiening van deze aangifte.

Voor de belastingschuld die voortvloeit uit een in artikel 53, § 1ter, zesde lid, bedoelde vervangende aangifte, met inbegrip van nalatigheidsinteresten, toebehoren en daarmee verband houdende proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht plaats te hebben gehad op de datum van uitwerking van de kennisgeving van die vervangende aangifte.

Voor de belasting, die het voorwerp van een schulderkenning uitmaakt, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de ondertekening van de schulderkenning.

Behoudens in de gevallen bedoeld in het vierde tot zesde lid, is de datum van kennisgeving de derde werkdag volgend op de datum van terbeschikkingstelling van het bericht verzonden door middel van een beveiligd elektronisch platform waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst. De terbeschikkingstelling langs elektronische weg geldt als kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.

Mits de uitdrukkelijke toestemming van de belastingschuldige, kan de verantwoording van de belastingschuld hem uitsluitend ter kennis worden gebracht op elektronische wijze. In dat geval geldt de terbeschikkingstelling op elektronische wijze als rechtsgeldige kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het achtste lid bedoelde procedure, alsook het minimumbedrag van de in het eerste lid bedoelde belastingschuld die aanleiding kan geven tot de invordering.

Het derde tot het negende lid zijn niet van toepassing op de belastingschuld die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 66 en 67.

§ 2. De innings- en invorderingsregisters worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de administrateur-generaal van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde of door de door hem gedelegeerde ambtenaar.

De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de Voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679.

De Koning regelt de wijze van opmaak van de innings- en invorderingsregisters.

§ 3. Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de fiscale schuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending van een innings- en invorderingsbericht. Dit vermeldt de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarop het betrekking heeft.