Artikel 53sexies, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 53sexies, § 1, werd vervangen met ingang van 01.01.2010 (Art. 22, W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009))
§ 1. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, met uitsluiting van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, artikel 50, § 1, eerste lid, 3° en 5°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, de leden van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, alsook de niet in België gevestigde belastingplichtigen die voor de handelingen die zij hier te lande verrichten worden vertegenwoordigd door een overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, vooraf erkende persoon moeten iedere kalendermaand voor iedere persoon die in een andere lidstaat voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft in kennis stellen van de volgende gegevens, waarbij een onderscheid moet worden gemaakt naargelang de aard van de handelingen :
1° het totale bedrag van de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 1° en 4°, vrijgestelde leveringen van goederen en waarvoor de belasting in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden;
2° het totale bedrag van de leveringen van goederen bedoeld in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, verricht in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen en waarvoor de belasting in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden;
3° het totale bedrag van de andere diensten dan die welke in de lidstaat waar de diensten belastbaar zijn van de belasting zijn vrijgesteld en waarvoor de belasting verschuldigd is door de ontvanger krachtens de communautaire bepalingen en in de loop van de vorige maand opeisbaar is geworden.
§ 2. De Koning kan bepalen dat de belastingplichtige die een levering verricht van een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2, onder de voorwaarden van artikel 39bis, de Administratie van de BTW, registratie en domeinen de inlichtingen moet verschaffen die Hij bepaalt met het oog op de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde en de controle erop door de administratie in de Lid-Staat van vertrek en in deze van aankomst van de verzending of het vervoer van dit goed.
