Artikel 55, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 55, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1990 (Art. 118, W 22.12.1989))
Wanneer een belastingplichtige niet in België is gevestigd, moet hij, behalve in het geval bepaald in artikel 53, § 3, alvorens hier te lande enige handeling te verrichten, door of vanwege de Minister van Financiën een hier te lande gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen die met zijn lastgever hoofdelijk gehouden is tot voldoening van de ter zake van die handelingen verschuldigde belasting, interesten en geldboeten en die in de plaats van zijn lastgever is gesteld ten aanzien van alle rechten die aan de laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van dit wetboek.
In de gevallen en onder de voorwaarden te bepalen door of vanwege de Minister, kan die belastingplichtige evenwel worden ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
Bij overlijden van de vertegenwoordiger, bij intrekking van zijn erkenning of bij een feit dat zijn onbekwaamheid ten gevolge heeft, moet onmiddellijk in zijn vervanging worden voorzien.
Bij ontstentenis van een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger kunnen de belasting, de interesten en de geldboeten worden geheven ten laste van de medecontractant van de belastingplichtige.
De medecontractant te goeder trouw, die bewijst dat hij aan zijn leverancier wiens identiteit hij vaststelt, de belasting geheel of gedeeltelijk heeft betaald, is evenwel in dezelfde mate ontslagen van de verplichting om de belasting te betalen.
