Artikel 55, Wetboek van de Btw

Artikel 55

(De tekst van art. 55, § 1, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 03.11.2022 (Art. 9, W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022, Ed. 2, pg. 77534, Numac: 2022033779))

§ 1. Alvorens een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige in België enige andere belastbare handeling verricht dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, verschuldigd is door de medecontractant, en andere dan een handeling waarvoor de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter en 58quinquies van toepassing zijn, vanuit de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting die niet gevestigd is in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand waarvan de strekking gelijk is aan die van Richtlijn 2010/24/EU […..] en die van Verordening (EU) nr. 904/2010, […..] moet hij, door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, een in België gevestigde aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen.

De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige die gebruikmaakt van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater maar in België geen belastbare handelingen verricht andere dan waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, moet alvorens enige belastbare handeling te verrichten onder die regeling, door de minister van Financiën of zijn gemachtigde een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.

Door of vanwege de Minister van Financiën kan echter worden bepaald in welke omstandigheden de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

§ 2. De niet in België gevestigde belastingplichtige, die gevestigd is in een andere lidstaat van de Gemeenschap, kan, door of vanwege de Minister van Financiën, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, wanneer deze belastingplichtige hier te lande handelingen verricht die, indien zij door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werden verricht, de erkenning van een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger ingevolge § 1, zouden vereisen.

Het eerste lid is van toepassing op de belastingplichtigen die niet gevestigd zijn in de Gemeenschap en die uitsluitend handelingen verrichten vanuit de zetel van hun economische activiteit of een vaste inrichting die gevestigd is in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand bedoeld in paragraaf 1, eerste lid.

§ 3. De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in §§ 1 of 2.

Voor de bijzondere handelingen die Hij in een lijst vastlegt, kan de Koning eveneens, binnen de beperkingen en onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, aan de niet in België gevestigde belastingplichtige die er niet is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, en die hier te lande uitsluitend handelingen verricht opgenomen in de voormelde lijst, toestaan te worden vertegenwoordigd door een persoon die vooraf door of vanwege de Minister van Financiën werd erkend.

§ 4. De aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in §§ 1 of 2 wordt in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van dit Wetboek.

Die vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon bedoeld in § 3, tweede lid is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens onderhavig Wetboek.

§ 5. Bij overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in § 1, bij intrekking van zijn erkenning of bij feiten die zijn onbekwaamheid tot gevolg hebben, moet onmiddellijk in zijn vervanging worden voorzien.

§ 6. Bij ontstentenis van identificatie van de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, of van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon overeenkomstig § 3, tweede lid kan de invordering van de belasting, de interesten en de geldboeten geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige.

De medecontractant te goeder trouw, die bewijst dat hij aan zijn leverancier wiens identiteit hij aantoont, de belasting geheel of gedeeltelijk heeft betaald, is evenwel in dezelfde mate ontslagen van deze verplichting.