Artikel 77, Wetboek van de Btw

Artikel 77

(De tekst van art. 77, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1996 (Art. 4, KB 10.11.1996))

§ 1. De belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven :

wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is;

wanneer aan de medecontractant een prijsvermindering is toegestaan;

wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend;

wanneer de overeenkomst vóór de levering van het goed of de uitvoering van de dienst verbroken is;

wanneer de overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden is;

wanneer het geleverde goed binnen zes maanden na de levering of de intracommunautaire verwerving van een goed door de leverancier is teruggenomen zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen;

wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.

§ 1bis. De belasting die ter zake van de invoer werd geheven wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven :

in de gevallen als bedoeld in § 1, 1° en 2°;

in het geval als bedoeld in § 1, 3°, op voorwaarde dat de verpakking naar een plaats buiten de Gemeenschap is teruggezonden;

in de gevallen als bedoeld in § 1, 5°, op voorwaarde dat de goederen binnen zes maanden na de vernietiging of de ontbinding van de overeenkomst naar een plaats buiten de Gemeenschap wederuitgevoerd werden;

wanneer het goed binnen zes maanden na de aangifte ten verbruik wederuitgevoerd is naar de buiten de Gemeenschap gevestigde leverancier of naar de door de leverancier aangewezen bestemming buiten de Gemeenschap, zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen;

wanneer het goed, alvorens het toezicht van de douane te hebben verlaten, als gevolg van overmacht of van ongeval is vernietigd, en volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrechten kan worden verleend, of zou kunnen worden verleend indien het goed aan invoerrechten onderworpen zou zijn geweest;

wanneer het goed, na ten verbruik te zijn aangegeven, wordt geplaatst onder één van de regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, en volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrechten kan worden verleend, of zou kunnen worden verleend indien het goed aan invoerrechten onderworpen zou zijn geweest;

wanneer het goed, als gevolg van maatregelen van het bevoegde gezag, niet mag worden gebruikt voor het doel waartoe het is ingevoerd en het goed is wederuitgevoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap of onder ambtelijk toezicht is vernietigd.

§ 2. De belasting betaald bij de verwerving en invoer van een automobiel voor personenvervoer wordt teruggegeven mits die automobiel niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een levering onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4, en wordt gekocht door een der nagenoemde personen om door hem als persoonlijk vervoermiddel te worden gebruikt :

a) militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten;

b) personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd, en personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 pct. bedraagt.

Het voordeel van deze bepaling kan slechts worden ingeroepen voor één enkele automobiel tegelijk en veronderstelt het gebruik van elk verkregen voertuig door de verkrijger als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar. Indien gedurende deze periode de automobiel voor andere doeleinden wordt aangewend, of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die hem werd teruggegeven tot het passende beloop terug te storten in verhouding tot de nog te verlopen tijd tot het verstrijken van de periode.

De Koning bepaalt het uitgangspunt van de gebruiksperiode van drie jaar, preciseert de situaties die aanleiding geven tot de regularisatie en bepaalt er de modaliteiten van berekening en betaling van.