Artikel 77, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 77, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1984 (Art. 48, W 28.12.1983))
§ 1. De belasting die geheven werd van leveringen en van diensten wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven :
1° wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is ;
2° wanneer aan de medecontractant een prijsvermindering is toegestaan ;
3° wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend ;
4° wanneer de overeenkomst vóór de levering van het goed of de uitvoering van de dienst verbroken is ;
5° wanneer de overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden is ;
6° wanneer het geleverde goed binnen zes maanden na de levering door de leverancier is teruggenomen zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen ;
7° wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.
§ 1bis. De belasting die ter zake van de invoer werd geheven wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven :
1° in de gevallen als bedoeld in § 1, 1 en 2 ;
2° in het geval als bedoeld in § 1, 3, op voorwaarde dat de verpakking naar het buitenland is teruggezonden ;
3° in de gevallen als bedoeld in § 1, 5, op voorwaarde dat de goederen binnen zes maanden na de vernietiging of de ontbinding van de overeenkomst wederuitgevoerd werden ;
4° wanneer het goed binnen zes maanden na de aangifte ten verbruik wederuitgevoerd is naar de leverancier of de door hem aangewezen bestemming, zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen ;
5° wanneer het goed, alvorens het toezicht van de douane te hebben verlaten, als gevolg van overmacht of van ongeval is vernietigd, en volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrecht kan worden verleend ;
6° wanneer het goed, na ten verbruik te zijn aangegeven, wordt aangegeven voor een andere bestemming die de belasting niet verschuldigd maakt en volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrecht kan worden verleend ;
7° wanneer het goed, als gevolg van maatregelen van het bevoegde gezag, niet mag worden gebruikt voor het doel waartoe het is ingevoerd en het goed is wederuitgevoerd of onder ambtelijk toezicht is vernietigd.
§ 2. De belasting betaald bij de aankoop en invoer van een automobiel voor personenvervoer wordt teruggegeven mits die automobiel wordt gekocht door een der nagenoemde personen om door hem als persoonlijk vervoermiddel te worden gebruikt :
a) militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten ;
b) personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd, en personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 pct. bedraagt.
Het voordeel van deze bepaling kan slechts worden ingeroepen voor één enkele automobiel tegelijk en veronderstelt het gebruik van elk verkregen voertuig door de verkrijger als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar. Indien gedurende deze periode de automobiel voor andere doeleinden wordt aangewend, of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die hem werd teruggegeven tot het passende beloop terug te storten in verhouding tot de nog te verlopen tijd tot het verstrijken van de periode.
De Koning bepaalt het uitgangspunt van de gebruiksperiode van drie jaar, preciseert de situaties die aanleiding geven tot de regularisatie en bepaalt er de modaliteiten van berekening en betaling van.
§ 3. Ieder niet-belastingplichtige kan teruggaaf bekomen van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten en van de door hem ingevoerde goederen, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt in een hier te lande gevestigde zetel of vaste inrichting om er handelingen te verrichten die overeenkomstig artikel 45, § 1, 4 en 5, recht op aftrek doen ontstaan.
De vordering tot teruggaaf ontstaat bij het verstrijken van het kalenderkwartaal waarin dat gebruik plaatsvindt.
