Artikel 93quinquies, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 93quinquies, werd vervangen met ingang van 01.03.2007 (art. 7, KB 25.02.2007, B.S. 28.02.2007) - Deze nieuwe tekst werd gewijzigd met ingang van 18.05.2007 (Art. 77, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007, ed. 3) – De tekst werd opnieuw vervangen (Art. 20, W 24.07.2008, B.S. 07.08.2008). Deze laatste vervanging coördineert de vervanging bij het KB 25.02.2007 en de wijziging bij W 24.07.2008, en verplaatst de datum van inwerkingtreding van de gehele tekst terug naar 01.03.2007)
§ 1. Wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen, voor zover de in artikel 85, § 1, voorgeschreven kennisgeving werd verricht.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de krachtens artikel 93ter aangewezen ambtenaar te storten tot beloop van het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 93ter ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belasting en bijbehoren aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel als bedoeld in artikel 85 waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door een in artikel 89 bedoelde vordering in rechte.
Daarenboven, indien de sommen en waarden waarop onder derden beslag werd gelegd minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hieronder begrepen de ontvangers van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt;
2° de krachtens artikel 93ter aangewezen ambtenaar bij een ter post aangetekende brief, wanneer de notaris omwille van overmacht of een technische storing de inlichtingen niet kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1° of wanneer hij voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 93ter bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, 1°, voorafgaat.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, vierde lid.
Zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren, waarvoor de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving werd gedaan, zijn alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, derde lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.
