Artikel 33, Wetboek van de Btw

Artikel 33

(De tekst van art. 33, werd vervangen met ingang van 07.01.2007 (Art. 44, W 27.12.2006, B.S. 28.12.2006))

§ 1. De maatstaf van heffing is:

voor de handelingen bedoeld in artikel 10, § 3, en in artikel 12, de aankoopprijs van de goederen of soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, in voorkomend geval rekening houdend met artikel 26, tweede en derde lid, en met artikel 28, bepaald op het tijdstip waarop die handelingen worden verricht;

voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 1 en § 2, 2°, de door de belastingplichtige gedane uitgaven;

voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, de overeenkomstig artikel 32 vastgestelde normale waarde van de dienst.

§ 2. In afwijking van artikel 26 is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 is bepaald:

de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;

de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;

de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter:

- ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad;

- als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad.

§ 3. Bij ruil en, meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, wordt die prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde gerekend.