Artikel 35, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 35, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1978 (Art. 3, W 29.11.1977 en Art. 17, W 27.12.1977))
De Koning kan een minimummaatstaf van heffing bepalen voor de levering en de invoer van:
1° automobielen, motorrijwielen en andere motorrijtuigen voor vervoer te land, ongeacht de soort van de motor, alsmede voor aanhangwagens daarvoor;
2° jachten en plezierboten;
3° vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en andere dergelijke toestellen, en zweefvliegtuigen.
Hij kan eveneens de maatstaf van heffing van de dienst, die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt te verstrekken, vaststellen op een percentage van het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert.
