Wetboek van de Btw

Artikel 35, Wetboek van de Btw

Nieuwere versie beschikbaarVersie 3 van 4, geldig 01.01.2000

Artikel 35

(De tekst van art. 35, tweede lid, werd vervangen met ingang van 01.01.2000 (Art.6, KB 28.12.1999, bekrachtigd bij W 05.08.2003))

De Koning kan een minimummaatstaf van heffing bepalen voor de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van:

1° automobielen, motorrijwielen en andere motorrijtuigen voor vervoer te land, ongeacht de soort van de motor, alsmede voor aanhangwagens daarvoor;

2° jachten en plezierboten;

3° vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en andere dergelijke toestellen, en zweefvliegtuigen.

Hij kan eveneens de maatstaf van heffing van de dienst, bedoeld in artikel 18, § 2, tweede lid, vaststellen op een percentage van het totaal van de bedragen die het reisbureau in de zin van artikel 1, § 7, eerste lid, 2°, aanrekent aan de reiziger.