Artikel 35, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 35, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art.36, W 28.12.1992))
De Koning kan een minimummaatstaf van heffing bepalen voor de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van:
1° automobielen, motorrijwielen en andere motorrijtuigen voor vervoer te land, ongeacht de soort van de motor, alsmede voor aanhangwagens daarvoor;
2° jachten en plezierboten;
3° vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en andere dergelijke toestellen, en zweefvliegtuigen.
Hij kan eveneens de maatstaf van heffing van de dienst, die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt te verstrekken, vaststellen op een percentage van het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert.
