Artikel 40, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 40, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art.45, W 28.12.1992))
§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:
1° de invoer en de intracommunautaire verwerving:
a) van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld;
b) van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering;
c) van goederen die bestemd zijn om te worden geplaatst onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot;
d) van goederen ingeval de levering van die goederen verricht door de persoon op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mocht of moest worden voldaan overeenkomstig artikel 52, § 1, tweede lid, vrijgesteld is bij toepassing van artikel 39bis;
2° de wederinvoer, door degene die de goederen heeft uitgevoerd buiten de Gemeenschap:
a) van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap;
b) van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan;
3° de tijdelijke invoer van goederen die in België een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing moeten ondergaan, voor zover de goederen worden wederuitgevoerd buiten de Gemeenschap of het voorwerp uitmaken van een levering naar een andere Lid-Staat onder de voorwaarden van artikel 39bis.
§ 2. Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld:
1° de levering en de verwerving:
a) van goederen die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werden geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, bedoelde regelingen, met handhaving van één van die regelingen;
b) van goederen die vanaf de invoer werden geplaatst onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, met handhaving van die regeling;
2° de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot:
a) goederen die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werden geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5 bedoelde regelingen;
b) goederen die vanaf de invoer werden geplaatst onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot.
§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van de §§ 1 en 2. Voor de invoeren bedoeld in § 1, 1, b en c, 2 en 3, kan Hij de vrijstelling beperken, of, ter voorkoming van concurrentieverstoring, bepalen dat zij geen toepassing vindt.
§ 4. Onverminderd de §§ 1 tot 3, kan de Koning, om de uitvoering van internationale akten te verzekeren, alle maatregelen nemen volgens welke gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting bij de invoer van goederen wordt verleend onder de door Hem te stellen beperkingen en voorwaarden.
