Artikel 40, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 40, §§ 2 en 3, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2010 (Art. 14, W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009))
§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de invoer en de intracommunautaire verwerving :
a) van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld;
b) van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering;
c) (opgeheven);
d) van goederen ingeval de levering van die goederen verricht door de persoon op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mocht of moest worden voldaan overeenkomstig artikel 52, § 1, tweede lid, vrijgesteld is bij toepassing van artikel 39bis;
2° de wederinvoer, door degene die de goederen heeft uitgevoerd buiten de Gemeenschap :
a) van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap;
b) van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan;
3° de invoer van gas via het aardgasdistributiesysteem, of de invoer van elektriciteit wanneer de persoon op wiens naam de verschuldigde belasting bij de invoer mag of moet worden betaald, deze goederen heeft verworven onder de in artikel 15, § 2, tweede lid, 4° bepaalde voorwaarden.
§ 2. Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld :
1° de levering en de verwerving van goederen die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werden geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, bedoelde regelingen, met handhaving van één van die regelingen;
2° de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot goederen die zich in België bevinden onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, bedoelde regelingen.
§ 3. De Koning bepaalt de voorwaarden die voor het verkrijgen van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde vrijstellingen moeten worden nageleefd en kan daarbij afwijken van artikel 21bis. Voor de invoeren bedoeld in paragraaf 1, 1°, b) en 2°, kan Hij de vrijstelling beperken of, ter voorkoming van concurrentieverstoring, bepalen dat zij geen toepassing vindt.
§ 4. Onverminderd de §§ 1 tot 3, kan de Koning, om de uitvoering van internationale akten te verzekeren, alle maatregelen nemen volgens welke gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting bij de invoer van goederen wordt verleend onder de door Hem te stellen beperkingen en voorwaarden.
