Artikel 45, Wetboek van de Btw

Artikel 45

(De tekst van art. 45, §§ 1ter en 1quater, werd ingevoegd met ingang van 01.01.2000 (Art. 8, KB 28.12.1999 en Art. 3, KB 30.12.1999))

§ 1. Op de belasting die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:

belaste handelingen;

handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;

handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;

handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 10°, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;

diensten als makelaar of lasthebber bij in 4° bedoelde handelingen.

§ 1bis. Voor wat betreft de belasting geheven van leveringen, invoeren en intracommunautaire verwervingen van goederen en diensten met betrekking tot een door artikel 39bis vrijgestelde levering van een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2, kunnen de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8bis, § 1, of in artikel 57 alsook de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben, in afwijking van § 1 de belasting slechts in aftrek brengen geheven op de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van het genoemde vervoermiddel en dit binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van genoemd artikel 39bis.

§ 1ter. Wat het beleggingsgoud betreft, gedefinieerd in artikel 1, § 8, mag elke belastingplichtige, voor zover de latere levering van dat goud is vrijgesteld krachtens artikel 44bis, § 1, eerste lid, van de door hem verschuldigde belasting in aftrek brengen:

de belasting geheven op de levering van goud hem gedaan door een persoon die heeft geopteerd voor de belastingheffing van die levering overeenkomstig artikel 44bis, § 1, tweede of derde lid;

de belasting geheven op de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van ander dan beleggingsgoud, in de mate dat dit goud vervolgens door hem of voor zijn rekening wordt omgezet in beleggingsgoud;

de belasting geheven op de aan hem verstrekte diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het gewicht of de zuiverheid van het goud.

§ 1quater. Elke belastingplichtige die beleggingsgoud in de zin van artikel 1, § 8, produceert of die goud in beleggingsgoud omzet, kan van de door hem verschuldigde belasting in aftrek brengen, de belasting geheven op de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen en diensten die verband houden met de productie of de omzetting van dat goud, voor zover de latere levering van dat goud is vrijgesteld krachtens artikel 44bis, § 1, eerste lid.

§ 2. Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting.

Deze bepaling is evenwel niet van toepassing:

a) op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

b) op voertuigen bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor bezoldigd personenvervoer;

c) op nieuwe voertuigen in de zin van artikel 8bis; § 2, 2°, andere dan deze bedoeld onder a en b, die het voorwerp uitmaken van een op grond van artikel 39bis vrijgestelde levering. In dit geval wordt de aftrek slechts uitgeoefend binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van genoemd artikel 39bis.

§ 3. Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van:

leveringen en intracommunautaire verwervingen van tabaksfabrikaten;

leveringen en intracommunautaire verwervingen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienst;

kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan:

a) voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;

b) door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;

kosten van onthaal.

§ 4. De reisbureaus in de zin van artikel 1, § 7, eerste lid, 2°, kunnen de belasting niet in aftrek brengen die geheven is van de goederen en de diensten die andere belastingplichtigen hen leveren ten behoeve van de prestaties bedoeld in artikel 18, § 2, tweede lid, en die rechtstreeks de reizigers ten goede komen.

§ 5. De belastingplichtigen kunnen niet in aftrek brengen de verschuldigde of betaalde belasting in de situaties bedoeld in artikel 58, § 4, 5°.

In de mate dat hij leveringen verricht onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, mag de belastingplichtige wederverkoper de verschuldigde of betaalde belasting niet in aftrek brengen in de situaties bedoeld in artikel 58, § 4, 6°.