Artikel 50, Wetboek van de Btw

Artikel 50

(De tekst van art. 50, werd gewijzigd met ingang van 31.03.1971 (Art. 1, W 26.03.1971, B.S. 31.03.1971))

§ 1. Belastingplichtigen zijn gehouden:

een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheden;

een factuur uit te reiken voor de door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen verstrekte diensten;

iedere maand aangifte te doen van de al of niet belastbare handelingen die tijdens de vorige maand in de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid zijn verricht, en van alle gegevens die nodig zijn voor het berekenen van de verschuldigde belasting en van de toe te passen aftrek;

de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 3 voorgeschreven aangifte;

ieder jaar vóór 31 maart, voor ieder belastingplichtige waaraan goederen werden geleverd of diensten werden verstrekt in de loop van het vorig jaar, de administratie schriftelijk in kennis te stellen van het totale bedrag van die leveringen en diensten, alsmede van het totale bedrag van de in rekening gebrachte belasting.

§ 2. De Koning regelt de toepassing van § 1. Hij kan goedvinden dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen geen facturen uitreiken of de in § 1, 3, voorgeschreven aangifte slechts driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks indienen. In de door Hem te bepalen gevallen en onder de door Hem te stellen voorwaarden kan Hij eveneens goedvinden dat de belasting wordt voldaan door middel van maandelijkse voorschotten.

De Koning kan ook bepalen dat de belasting verschuldigd voor de handelingen verricht tijdens het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar moet worden voldaan vóór het verstrijken van dat jaar. Hij regelt de modaliteiten van toepassing van deze bepaling.

Hij kan aan belastingplichtigen de verplichting opleggen om ieder jaar op de door Hem te bepalen wijze de administratie in kennis te stellen van het totale bedrag van de goederen die zij geleverd en de diensten die zij verstrekt hebben, in de loop van het vorige jaar, aan iedere afnemer welke gevestigd is in een land waarmee België een verdrag tot wederzijdse bijstand inzake omzetbelasting heeft gesloten.