Artikel 50, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 50, § 1, eerste lid, 4°, werd gewijzigd en § 2, werd ingevoegd met ingang van 01.04.2007 (Art. 104, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007))
§ 1. De administratie van de BTW, registratie en domeinen kent een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat:
1° aan elke belastingplichtige gevestigd in België, met uitzondering van de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 8 en 8bis, van de belastingplichtigen op wie de in artikel 56, § 2, bepaalde regeling van toepassing is en van de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben;
2° aan de niet-belastingplichtige rechtspersonen en, in afwijking van 1°, aan de belastingplichtigen op wie de in artikel 56, § 2, bedoelde regeling van toepassing is en aan de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben:
a) wanneer zij overeenkomstig artikel 53bis, § 1, verklaren een intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten die tot gevolg heeft dat de drempel van 11.200 EUR, bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b), wordt overschreden;
b) wanneer zij overeenkomstig artikel 25ter, § 1, derde lid, ervoor kiezen om al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen;
3° aan elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 schuldenaar is van de belasting in België:
4° aan elk lid van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die overeenkomstig 1° en 2° voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd. Dit identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van de BTW-eenheid.
De belastingplichtigen op wie de in artikel 57 bedoelde regeling van toepassing is, kunnen hun nummer slechts rechtsgeldig gebruiken om intracommunautaire verwervingen te verrichten van andere goederen dan accijnsproducten nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, a), bedoelde verklaring hebben ingediend of nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, b), bedoelde keuze hebben uitgeoefend.
Degenen aan wie ingevolge het eerste lid, 2°, a), een identificatienummer is toegekend, gebruiken dit rechtsgeldig voor de door hen verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen vanaf de dag waarop de drempel werd overschreden en tot 31 december van het kalenderjaar dat erop volgt. Indien de drempel wordt overschreden in de loop van dit laatste jaar en, in voorkomend geval, in de loop van de volgende jaren, gebruiken zij dit nummer rechtsgeldig tot 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de drempel voor het laatst werd overschreden.
§ 2. De administratie van de BTW, registratie en domeinen kent aan elke BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2 die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor zij geen recht op aftrek heeft en die niet in § 1 wordt bedoeld een BTW-identificatienummer toe dat niet de letters BE bevat.
Dezelfde administratie kent aan de leden van de in het eerste lid bedoelde BTW-eenheid eveneens een BTW-identificatienummer toe dat niet de letters BE bevat. Dit btw-identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van deze BTW-eenheid.
§ 3. Een BTW-identificatienummer kan eveneens worden toegekend aan andere belastingplichtigen.
