Artikel 50, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 50, § 4, werd ingevoegd met ingang van 01.07.2016 (Art. 40, W 01.07.2016, B.S. 04.07.2016 – Ed. 2, pg. 40970))
§ 1. De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde kent een btw-identificatienummer toe dat de letters BE bevat:
1° aan elke belastingplichtige gevestigd in België, met uitzondering van de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 8 en 8bis en van de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten die krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en waarvoor zij geen recht op aftrek hebben;
2° aan de niet-belastingplichtige rechtspersonen en, in afwijking van de bepaling onder 1°, aan de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben:
a) wanneer zij overeenkomstig artikel 53bis, § 1, verklaren een intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten die tot gevolg heeft dat de drempel van 11.200 euro, bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), wordt overschreden;
b) wanneer zij overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, ervoor kiezen om al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen;
3° aan elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld in het Wetboek waarvoor recht op aftrek is ontstaan en waarvoor hij krachtens de artikelen 51 en 52 schuldenaar is van de belasting in België, met uitzondering van de belastingplichtigen die uitsluitend diensten verrichten waarvoor zij gebruik maken van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 358bis tot en met 369duodecies van richtlijn 2006/112/EG;
4° aan elke belastingplichtige als hij schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°;
5° aan elke belastingplichtige gevestigd in België die diensten verricht die, krachtens de communautaire bepalingen, geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst;
6° aan elk lid van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die overeenkomstig 1° voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd. Dit identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van de BTW-eenheid.
De belastingplichtigen bedoeld in het eerste lid, 4° of 5°, in paragraaf 2, of op wie de in artikel 56bis of artikel 57 bedoelde regeling van toepassing is, kunnen hun nummer slechts rechtsgeldig gebruiken om intracommunautaire verwervingen te verrichten van andere goederen dan accijnsproducten nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, a), bedoelde verklaring hebben ingediend of nadat zij vooraf de in het eerste lid, 2°, b), bedoelde keuze hebben uitgeoefend.
Degenen aan wie krachtens het eerste lid,2°, a), een BTW-identificatienummer is toegekend, gebruiken dit rechtsgeldig voor de door hen verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen vanaf de dag waarop de drempel werd overschreden en tot 31 december van het kalenderjaar dat erop volgt. Indien de drempel wordt overschreden in de loop van dit laatste jaar en, in voorkomend geval, in de loop van de volgende jaren, gebruiken zij dit nummer rechtsgeldig tot 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de drempel voor het laatst werd overschreden.
§ 2. De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde kent aan elke BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichtwaarvoor zij geen recht op aftrek heeft een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat.
Zij kent aan de leden van de in het eerste lid bedoelde BTW-eenheid eveneens een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat. Dit identificatienummer vormt een sub-BTW-identificatienummer van deze BTW-eenheid.
§ 3. Een BTW-identificatienummer kan eveneens worden toegekend aan andere belastingplichtigen.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 1°, kent de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde geen btw-identificatienummer toe aan de belastingplichtige natuurlijke personen op wie de in artikel 56bis bedoelde regeling van toepassing is en die uitsluitend diensten verrichten, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de plaats van de diensten is in België;
2° de diensten worden verricht voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit van de belastingplichtige;
3° de diensten worden uitsluitend verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik of dat van andere personen;
4° de diensten worden uitsluitend verricht in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een door de Koning erkend elektronisch platform krachtens artikel 90, eerste lid, 1°bis, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of een platform dat door een overheid wordt georganiseerd;
5° de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het in de bepaling onder 4° bedoelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend;
6° de omzet die bestaat uit de vergoedingen bedoeld in de bepaling onder 5°, met inbegrip van alle sommen die door dat platform of door tussenkomst van dat platform zijn ingehouden, bedraagt per kalenderjaar niet meer dan 3 255 euro, geïndexeerd overeenkomstig artikel 178, § 1 en § 3, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
