Artikel 53octies, Wetboek van de Btw

Artikel 53octies

(De tekst van art. 53octies, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1993 (Art. 65, W 28.12.1992))

§ 1. De Koning regelt de toepassingsmodaliteiten van de artikelen 53 tot 53septies.

Hij kan onder de door Hem te stellen voorwaarden toelaten dat de uitreiking van de factuur of van het als zodanig geldend stuk, bedoeld in artikel 53, eerste lid, 2°, geschiedt door de overdracht van de gegevens die ze moet bevatten bij wege van een procedure waarbij telegeleidingstechnieken worden aangewend.

Hij kan toelaten dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen hetzij geen facturen uitreiken, hetzij de in artikel 53, eerste lid, 3°, bedoelde aangifte slechts driemaandelijks, zesmaandelijks of jaarlijks indienen.

Hij kan eveneens toelaten dat, in de door Hem te bepalen gevallen en onder de door Hem te stellen voorwaarden, de belasting wordt voldaan door middel van maandelijkse voorschotten.

Hij kan ook bepalen dat de belasting verschuldigd voor de handelingen verricht tijdens het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar moet worden voldaan voor het verstrijken van dat jaar. Hij regelt de toepassingsmodaliteiten van die bepaling.

Hij kan aan belastingplichtigen de verplichting opleggen om ieder jaar op de door Hem te bepalen wijze de administratie in kennis te stellen van het totale bedrag van de goederen die zij geleverd en de diensten die zij verstrekt hebben, in de loop van het vorige jaar, aan iedere afnemer gevestigd in een land waarmee België een verdrag tot wederzijdse bijstand inzake omzetbelasting heeft gesloten.

§ 2. Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden toegelaten dat de in de artikelen 53, eerste lid, 3°, en 53ter bedoelde aangiften worden ingediend en dat de in de artikelen 53quinquies tot 53septies bedoelde gegevens worden medegedeeld door middel van procedures waarbij informatica- en telegeleidingstechnieken worden aangewend.

§ 3. De gegevens van de aangiften en de inlichtingen bedoeld in de artikelen 53, eerste lid, 3°, 53ter, 53quinquies tot 53septies en 53octies, § 2, die door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde, fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.