Artikel 53quater, Wetboek van de Btw

Artikel 53quater

(De tekst van art. 53quater, § 1, vijfde en zesde lid werd gewijzigd (Art. 9, W 21.03.2024, B.S. 09.04.2024, pg. 40955, Numac: 2024002757) met ingang van 01.01.2025 (Art. 26, W 21.03.2024))

§ 1. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1° en 3°, of § 3, voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, delen hun btw-identificatienummer mee aan hun leveranciers of hun dienstverrichters en aan hun klanten.

In afwijking van het eerste lid, delen de in dat lid bedoelde belastingplichtigen hun btw-identificatienummer niet mee aan hun leveranciers en dienstverrichters ten aanzien van de volgende handelingen:

de leveringen van goederen verzonden of vervoerd vanuit een lidstaat van de Gemeenschap naar een andere lidstaat dan België onder de voorwaarden van artikel 138, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG, behalve wanneer de in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, bedoelde voorwaarden zijn vervuld;

de leveringen van goederen verzonden of vervoerd naar België onder de voorwaarden van artikel 138, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG wanneer de in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 3°, een intracommunautaire verwerving van goederen verrichten;

de diensten die plaatsvinden in België maar worden verricht voor een buiten België gevestigde inrichting van de in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen;

de leveringen van goederen en de diensten die plaatsvinden in een andere lidstaat dan België.

In afwijking van het eerste lid, delen de in dat lid bedoelde belastingplichtigen hun btw-identificatienummer niet mee aan hun klanten ten aanzien van leveringen van goederen of diensten die plaatsvinden buiten België en waarvoor de belasting verschuldigd is door die belastingplichtigen, met uitzondering van de handelingen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de in artikel 58ter tot en met artikel 58quinquies bedoelde bijzondere regeling en waarvoor op grond van artikel 53, § 2, eerste en vijfde lid, een factuur moet worden uitgereikt.

In afwijking van het eerste lid zijn de in dat lid bedoelde in het buitenland gevestigde belastingplichtigen met een vaste inrichting in België er niet toe gehouden hun btw-identificatienummer mee te delen aan hun klanten ten aanzien van leveringen van goederen of diensten die plaatsvinden in België wanneer de levering van het goed of de dienst wordt verricht door een vestiging van de belastingplichtige in het buitenland en de vaste inrichting in België niet betrokken is bij de levering van goederen of de dienst.

In afwijking van het eerste lid, delen de belastingplichtigen onderworpen aan de in de artikelen 56bis tot en met 56undecies en 57 bedoelde bijzondere regelingen hun btw-identificatienummer niet mee aan hun leveranciers wanneer zij intracommunautaire verwervingen van goederen verrichten, indien zij de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), bedoelde drempel van 11.200 euro niet hebben overschreden noch het in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, bedoelde keuzerecht hebben uitgeoefend.

In afwijking van het eerste lid, delen de belastingplichtigen onderworpen aan de in de artikelen 56bis tot en met 56undecies en 57 bedoelde bijzondere regelingen hun btw-identificatienummer niet mee aan hun leveranciers wanneer ze goederen aanschaffen in het kader van afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen, andere dan accijnsproducten, indien zij de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), bedoelde drempel van 11.200 euro niet hebben overschreden noch het in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, bedoelde keuzerecht hebben uitgeoefend.

§ 2. Zij die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 2°, voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, delen hun btw-identificatienummer aan hun leveranciers of hun dienstverrichters mee:

wanneer zij krachtens artikel 51, § 1, 2°, of § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de belasting in België;

ten aanzien van leveringen van andere goederen dan de in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten, die werden ingevoerd uit een derdelandsgebied of derde land.

De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 4° en 5°, voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, delen hun btw-identificatienummer aan hun leveranciers of hun dienstverrichters mee:

wanneer zij krachtens artikel 51, § 1, 2°, schuldenaar zijn van de belasting, behalve in geval van intracommunautaire verwervingen van in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde nieuwe vervoermiddelen of van accijnsproducten wanneer hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen krachtens artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, niet aan de belasting onderworpen zijn;

wanneer zij krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de belasting;

ten aanzien van leveringen van andere goederen dan de in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten, die werden ingevoerd uit een derdelandsgebied of derde land en verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, wanneer zij hun intracommunautaire verwervingen van goederen overeenkomstig artikel 25ter, § 1, eerste lid, aan de belasting onderwerpen.

In afwijking van het tweede lid mogen de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten die krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en waarvoor zij geen recht op aftrek hebben, hun btw-identificatienummer niet meedelen aan hun leveranciers wanneer ze goederen aanschaffen in het kader van afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen, andere dan accijnsproducten, indien zij de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), bedoelde drempel van 11.200 euro niet hebben overschreden noch het in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, bedoelde keuzerecht hebben uitgeoefend.

§ 3. De belastingplichtigen die krachtens artikel 50, § 1, eerste lid, 5°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd moeten hun BTW-identificatienummer aan hun klanten mededelen wanneer zij diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst.

§ 4. De leden van de btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, delen hun in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, bedoelde sub-btw-identificatienummer, mee aan hun leveranciers of hun dienstverrichters en aan hun klanten.

In afwijking van het eerste lid, delen de in dat lid bedoelde leden hun sub-btw-identificatienummer niet mee aan hun leveranciers of dienstverrichters ten aanzien van de volgende handelingen:

de leveringen van goederen verzonden of vervoerd vanuit een lidstaat van de Gemeenschap naar een andere lidstaat dan België onder de voorwaarden van artikel 138, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG, behalve wanneer de in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, bedoelde voorwaarden zijn vervuld;

de diensten voor een buiten België gevestigde inrichting van de in het eerste lid bedoelde leden;

de diensten die plaatsvinden buiten België en waarvoor de belasting verschuldigd is door de in het eerste lid bedoelde leden.

In afwijking van het eerste lid, delen de in dat lid bedoelde leden hun sub-btw-identificatienummer niet mee aan hun klanten ten aanzien van leveringen van goederen of diensten die plaatsvinden buiten België en waarvoor de belasting verschuldigd is door die leden, met uitzondering van de handelingen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de in artikel 58quater bedoelde bijzondere regeling.

De leden van de btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, delen aan hun leveranciers of hun dienstverrichters en hun klanten het in artikel 50, § 2, tweede lid, bedoelde sub-btw-identificatienummer mee, wanneer:

die btw-eenheid krachtens artikel 51, § 1, 2°, schuldenaar is van de belasting, behalve in geval van intracommunautaire verwervingen van in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten wanneer haar intracommunautaire verwervingen van andere goederen krachtens artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, niet aan de belasting onderworpen zijn;

die btw-eenheid krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar is van de belasting;

de leden van die btw-eenheid diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvoor de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst.

§ 5. De niet in België gevestigde belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger hebben laten erkennen of die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, door een vooraf erkende persoon worden vertegenwoordigd, moeten bovendien, voor de handelingen die zij in België verrichten of ontvangen, de naam of benaming en het adres van hun aansprakelijke vertegenwoordiger in België of van de vooraf erkende persoon die hen vertegenwoordigt, aan hun klanten en hun leveranciers of hun dienstverrichters mededelen.