Artikel 53quater, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 53quater, § 1, derde lid, werd gewijzigd met ingang van 25.05.2019 (Art. 13, W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019, pg. 46586))
§ 1. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1° en 3° of § 3, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, met uitsluiting van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, moeten hun BTW-identificatienummer aan hun leveranciers en aan hun klanten mededelen.
In afwijking van het eerste lid, mogen de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 56bis en 57, hun btw-identificatienummer niet meedelen aan hun dienstverrichters die gevestigd zijn in België en die een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2 of een daarmee gelijkgestelde handeling verrichten. Wanneer de belastingplichtige bedoeld in artikel 56bis of 57 zijn btw-identificatienummer meedeelt, is de dienstverrichter, behoudens samenspanning tussen de partijen, ontlast van de aansprakelijkheid voor de voldoening van de belasting.
In afwijking van het eerste lid zijn de belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 56bis en 57 er niet toe gehouden hun BTW-identificatienummer mee te delen aan hun leveranciers wanneer zij intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten verrichten, indien zij de drempel van 11.200 euro bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, niet hebben overschreden en indien zij het in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, bedoelde keuzerecht niet hebben uitgeoefend.
§ 2. Zij die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 2° en 4°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, moeten hun BTW-identificatienummer aan hun leveranciers mededelen wanneer zij krachtens artikel 51, § 1, 2° of § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar zijn van de belasting in België.
§ 3. De belastingplichtigen die krachtens artikel 50, § 1, eerste lid, 5°, voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd moeten hun BTW-identificatienummer aan hun klanten mededelen wanneer zij diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst.
§ 4. De leden van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, zijn gehouden aan hun leveranciers en hun klanten het sub-BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, mee te delen
De leden van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, zijn gehouden aan hun leveranciers en hun klanten het sub-BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50, § 2, tweede lid, mee te delen, wanneer deze eenheid krachtens artikel 51, § 1, 2° of § 2, eerste lid, 1°, schuldenaar is van de belasting in België, of wanneer de leden diensten verrichten die krachtens de communautaire bepalingen geacht worden plaats te vinden in een andere lidstaat en waarvan de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst.
§ 5. De niet in België gevestigde belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger hebben laten erkennen of die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, door een vooraf erkende persoon worden vertegenwoordigd, moeten bovendien, voor de handelingen die zij in België verrichten of ontvangen, de naam of benaming en het adres van hun aansprakelijke vertegenwoordiger in België of van de vooraf erkende persoon die hen vertegenwoordigt, aan hun klanten of leveranciers mededelen.
