Artikel 56bis, Wetboek van de Btw

Artikel 56bis

(De tekst van art. 56bis, § 1, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2016 (Art. 2, W 06.12.2015, B.S. 17.12.2015, pg. 75660. De datum van inwerkingtreding werd bepaald bij art. 1, KB 18.12.2015, B.S. 24.12.2015, pg. 77725)

(België heeft verzocht om machtiging tot toepassing van een vrijstellingsdrempel van 25.000 euro. Bij Uitvoeringsbesluit 2015/2348/EU van de Raad van 10 december 2015, wordt België gemachtigd die afwijkende maatregel tot 31 december 2018 toe te passen)

§ 1. De belastingplichtigen van wie de in België gerealiseerde jaaromzet niet meer bedraagt dan 25.000 euro, kunnen belastingvrijstelling genieten voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten.

Wanneer de belastingplichtige bedoeld in het eerste lid, een economische activiteit aanvangt in de loop van een kalenderjaar, wordt het drempelbedrag bedoeld in het eerste lid, proportioneel verminderd a rato van het aantal kalenderdagen verstreken tussen 1 januari van het betrokken kalenderjaar en de datum van aanvang van voormelde activiteit.

§ 2. De btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting.

Zijn daarenboven uitgesloten, voor het geheel van hun economische activiteit, de belastingplichtigen die geregeld verrichten :

werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, alsook de ermee gelijkgestelde handelingen;

leveringen van goederen en diensten waarvoor zij gehouden zijn aan de klant het kasticket uit te reiken bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen;

leveringen van oude materialen, van oude materialen ongeschikt voor hergebruik in dezelfde staat, van industrieel en niet-industrieel afval, van afval voor hergebruik, van gedeeltelijk verwerkt afval en van schroot in de zin van artikel 199, eerste lid, punt d), van de Richtlijn 2006/112/EG. De Koning stelt de lijst op van de door deze bepaling bedoelde goederen.

§ 3. De vrijstellingsregeling van belasting is niet van toepassing op :

de handelingen bedoeld in artikel 8;

de leveringen van nieuwe vervoermiddelen verricht onder de voorwaarden van artikel 39bis;

de leveringen van goederen en diensten verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd;

de handelingen bedoeld in artikel 58, §§ 1 en 2;

de handelingen verricht op verborgen wijze, met name de handelingen die niet worden aangegeven en de handelingen die ongeoorloofd zijn.

§ 4. De omzet die als maatstaf dient om in aanmerking te komen voor de belastingvrijstelling, wordt gevormd door het bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van :

de belaste leveringen van goederen en diensten;

de handelingen vrijgesteld krachtens de artikelen 39 tot 42;

de handelingen met betrekking tot onroerende goederen bedoeld in artikel 44, § 3, 1° en 2°, de financiële handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 5° tot 11°, en de handelingen van verzekering en herverzekering bedoeld in artikel 44, § 3, 4°, tenzij die handelingen met andere handelingen samenhangende handelingen zijn.

De overdracht van lichamelijke of onlichamelijke bedrijfsmiddelen van de onderneming, de handelingen bedoeld in paragraaf 3, de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57 en de niet in België verrichte handelingen, worden evenwel niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de omzet.

§ 5. De belastingplichtigen die belastingvrijstelling genieten, kunnen de belasting geheven van de goederen en de diensten die ze gebruiken voor het verrichten van hun van de belasting vrijgestelde handelingen niet in aftrek brengen.

Op de facturen of op de als zodanig geldende stukken die deze belastingplichtigen uitreiken voor de door hen geleverde goederen of verrichte diensten mag de belasting, onder welke vorm dan ook, niet worden vermeld, maar moet de volgende vermelding worden aangebracht : "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen".

§ 6. De belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de belastingvrijstelling, kunnen evenwel kiezen voor de toepassing van de belasting ten aanzien van de leveringen van goederen en diensten die zij verrichten, en de normale belastingregeling of de krachtens artikel 56 ingestelde bijzondere regeling toepassen.

§ 7. De Koning stelt de praktische toepassingsvoorwaarden en de formaliteiten vast wat betreft de aanvang, de wijziging of de stopzetting van de activiteit of van de belastingregeling. Hij bepaalt eveneens de regels voor de uitoefening van de in paragraaf 6 bedoelde keuze.