Artikel 56bis, Wetboek van de Btw

Artikel 56bis

(De tekst van art. 56bis, werd vervangen (Art. 14, W 21.03.2024, B.S. 09.04.2024, pg. 40955, Numac: 2024002757) met ingang van 01.01.2025 (Art. 26, W 21.03.2024))

§ 1. Voor de toepassing van deze onderafdeling, wordt verstaan onder:

"jaaromzet in België": het totale jaarlijkse bedrag van de leveringen van goederen en diensten, exclusief btw, die door een belastingplichtige gedurende een kalenderjaar in België worden verricht;

"jaaromzet in de Unie": het totale jaarlijkse bedrag van de leveringen van goederen en diensten, exclusief btw, die door een belastingplichtige gedurende een kalenderjaar op het grondgebied van de Gemeenschap worden verricht;

"gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in een lidstaat heeft gevestigd, ongeacht of hij al dan niet beschikt over een vaste inrichting in een andere lidstaat.

§ 2. De btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting.

Zijn daarenboven uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting, voor het geheel van hun economische activiteit, de belastingplichtigen die geregeld volgende activiteiten verrichten:

werk in onroerende staat bedoeld in artikel 19, § 2, derde lid, alsook de daarmee gelijkgestelde handelingen;

de leveringen van goederen en diensten waarvoor zij gehouden zijn aan de klant het kassaticket af te leveren bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen;

de leveringen van oude materialen, gebruikte materialen die niet als zodanig kunnen worden hergebruikt, industrieel en niet-industrieel afval, afval voor hergebruik, gedeeltelijk verwerkt afval en schroot in de zin van artikel 199, lid 1, punt d), van Richtlijn 2006/112/EG. De Koning stelt de lijst op van de door deze bepaling bedoelde goederen.

De in het tweede lid, 1°, bedoelde uitsluiting is niet van toepassing op de diensten verricht door belastingplichtige natuurlijke personen onder de in artikel 50, § 4 bedoelde voorwaarden.

§ 3. De vrijstellingsregeling van belasting is niet van toepassing op:

de in artikel 8 bedoelde handelingen;

de levering van in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde nieuwe vervoermiddelen verricht onder de in artikel 39bis, eerste lid, 1° en 2°, gestelde voorwaarden;

de in artikel 58, §§ 1 en 2, bedoelde handelingen;

de handelingen verricht op verborgen wijze, met name de handelingen die niet worden aangegeven en de handelingen die niet geoorloofd zijn;

de in artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, bedoelde handelingen, met uitzondering van degene die worden verricht door een belastingplichtige natuurlijke persoon onder de voorwaarden van artikel 50, § 4.