Artikel 85bis, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 85bis, § 1, eerste lid, § 2 en § 5, eerste lid, 1° en 2°, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 10, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842). Art. 19, W 26.11.2018: “Deze wet is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór de datum van haar inwerkingtreding.”) (2)
§ 1.Na opname van de belastingschuld in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister, kan de bevoegde ontvanger, bij aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de sommen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven.
Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.
§ 2.Vanaf de datum van de inwerkingtreding van het akkoord dat hiervoor tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten, kan de bevoegde ontvanger het in paragraaf 1 bedoelde beslag onder derden leggen op elektronische wijze.
Dit akkoord blijft van toepassing zolang de derde-beslagene het niet uitdrukkelijk bij aangetekende brief heeft opgezegd. De opzegging gaat in vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving ervan door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën.
In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in het eerste lid, heeft het beslag onder derden uitwerking vanaf de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene.
Wanneer eenzelfde beslag onder derden achtereenvolgens wordt gelegd volgens de procedures bepaald respectievelijk in het eerste lid en paragraaf 1, eerste lid, zal het beslag gelegd overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, slechts primeren indien de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde zoals bepaald in paragraaf 1, tweede lid, de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene zoals bepaald in het derde lid voorafgaat.
De informatie opgenomen in de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde kennisgeving van het beslag, is dezelfde, ongeacht of ze wordt meegedeeld op elektronische wijze of door een aangetekende brief.
De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving van het beslag worden, in geval van verzending op elektronische wijze, verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken.
Opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden, moet een digitaal certificaat worden gebruikt.
Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd.
De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld.
Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.
§ 3.Het beslag onder derden wordt eveneens bij aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel.
De belastingschuldige kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende brief verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn bij aangetekende brief de derde-beslagene inlichten.
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie.
§ 4.Het in de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag onder derden geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de bevoegde ontvanger, van een bericht van beslag zoals bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 5.Onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 1, 2 en 3, zijn op dit beslag onder derden de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat :
1°de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens op elektronische wijze worden aan de betrokken ontvanger kan doen indien het beslag onder derden volgens de procedure voorzien in paragraaf 2, eerste lid, werd gelegd. In dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden;
2°de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het bedrag van het in paragraaf 3, eerste lid, bedoeld beslag. Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de in paragraaf 2, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. In dat geval gebeurt de mededeling eveneens op elektronische wijze;
3°de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de bevoegde ontvanger.
Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.
§ 6.De kosten voor de aangetekende brieven bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 5 zijn ten laste van de belastingschuldige.
§ 7.De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen.
§ 8.Het uitvoerend beslag onder derden geschiedt door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer blijkt :
1°dat de belastingschuldige zich verzet tegen het in de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag;
2°dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de belastingschuldige betwist;
3°dat de sommen en zaken het voorwerp zijn van een verzet of beslag onder derden vóór het in de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag gedaan door andere schuldeisers;
4°dat de zaken te gelde moeten worden gemaakt.
In deze gevallen blijft het door de ontvanger overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 gelegde beslag zijn bewarend effect behouden wanneer een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd als bepaald bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een maand na:
1°ofwel de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van het verzet van de belastingschuldige als bepaald bij paragraaf 3, tweede lid, of van de verklaring als bepaald bij artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek;
2°ofwel de ontvangstmelding van deze verklaring indien zij werd verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden als bepaald bij paragraaf 5, eerste lid, 1°.
(2)Deze versie is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór 01.04.2019 (Art. 19, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842)
