Artikel 85bis, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 85bis werd ingevoegd met ingang van 08.08.1980 (Art. 68, W 08.08.1980))
§ 1.Na de in artikel 85 genoemde kennisgeving of betekening kan de met de invordering belaste ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd.
Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.
Het geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een bericht van beslag als bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 2.Onder voorbehoud van het bepaalde in § 1, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de met de invordering belaste ambtenaar.
§ 3.Het uitvoerend beslag onder derden moet geschieden door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer blijkt uit de verklaring waartoe de derde-beslagene gehouden is na het beslag gedaan bij een ter post aangetekende brief overeenkomstig § 1 :
1°dat de beslagen schuldenaar zich verzet tegen het uitvoerend beslag onder derden;
2°dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de beslagen schuldenaar betwist;
3°dat vóór het beslag door de rekenplichtige een andere schuldeiser zich heeft verzet tegen de afgifte door de derde-beslagene van de door deze verschuldigde sommen.
In deze gevallen blijft het door de rekenplichtige bij een ter post aangetekende brief gelegd beslag zijn bewarend effect behouden wanneer een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd als bepaald bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een maand na de afgifte ter post van de verklaring van de derde-beslagene.
