Artikel 85bis, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 85bis, werd gewijzigd met ingang van 30.01.2007 (Art. 20, W 20.07.2006, B.S. 28.07.2006) en (enig artikel, W 23.11.2006, B.S., 30.11.2006))
[Hoofdstuk VIII, W 20.07.2006 is van toepassing op de gevolgen, na de inwerkingtreding ervan, van voordien uitgevoerde beslagen en overdrachten. Daartoe wordt de beslagene schuldenaar of de overdrager die aanspraak kan maken op een verhoging van zijn inkomsten die niet vatbaar zijn voor beslag met toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, of 1409, § 1bis, vierde lid, door de derde beslagene in kennis gesteld uiterlijk binnen twee maanden na de inwerkingtreding ervan. Deze tegen ontvangstbewijs of bij gewone brief gedane mededeling bevat het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie.]
§ 1.Na de in artikel 85 genoemde kennisgeving of betekening kan de met de invordering belaste ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd.
Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.
Het geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een bericht van beslag als bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie.
§ 2.Onder voorbehoud van het bepaalde in § 1, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de met de invordering belaste ambtenaar.
§ 3.Het uitvoerend beslag onder derden moet geschieden door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer blijkt uit de verklaring waartoe de derde-beslagene gehouden is na het beslag gedaan bij een ter post aangetekende brief overeenkomstig § 1 :
1°dat de beslagen schuldenaar zich verzet tegen het uitvoerend beslag onder derden;
2°dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de beslagen schuldenaar betwist;
3°dat vóór het beslag door de rekenplichtige een andere schuldeiser zich heeft verzet tegen de afgifte door de derde-beslagene van de door deze verschuldigde sommen.
In deze gevallen blijft het door de rekenplichtige bij een ter post aangetekende brief gelegd beslag zijn bewarend effect behouden wanneer een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd als bepaald bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een maand na de afgifte ter post van de verklaring van de derde-beslagene.
