Artikel 49, Wetboek van de Btw
Artikel 49 (actuele versie)
(De tekst van art. 49, inleidende zin werd gewijzigd; punt 4° werd vervangen en punt 6° werd ingevoegd met ingang van 11.12.2023 (Art. 8, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474))
De Koning regelt de toepassing van de artikelen 45 tot 48 door […..] te bepalen :
1° het tijdstip waarop het recht op aftrek ontstaat;
2° de termijnen waarbinnen en de regelen volgens welke de aftrek plaatsheeft, berekend wordt en herzien wordt;
3° de wijze waarop de aftrek en de herziening plaatshebben en berekend worden wanneer iemand de hoedanigheid van belastingplichtige verliest of wanneer er bij een belastingplichtige enige wijziging is ingetreden in de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag hebben gelegen;
4° de wijze waarop en de mate waarin de aftrek en de herziening worden verricht overeenkomstig artikel 46, § 1, met inbegrip van de handelingen die uit het in artikel 46, § 1, bedoelde verhoudingsgetal moeten worden gesloten opdat dat niet tot ongelijkheid in de heffing van de belasting zou leiden;
5° de wijze waarop herzieningen moeten worden verricht ten aanzien van de belasting geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met inbegrip van het bijbehorend terrein, verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d):
a) bij gehele of gedeeltelijke leegstand van het gebouw of gedeelte van het gebouw;
b) bij gehele of gedeeltelijke overdracht van bedoelde gebouwen of gedeelten van gebouwen tijdens de looptijd van de huurovereenkomst en bij overdracht van de huur;
c) bij het sluiten of beëindigen van de huurovereenkomst.
6° de wijze waarop de bijzondere verhoudingsgetallen worden meegedeeld aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde door de belastingplichtigen die ook werkzaamheden of handelingen verrichten die niet als in artikel 2 bedoelde handelingen worden aangemerkt."
