Artikel 49, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 49, 5°, werd ingevoegd met ingang van 01.01.2019 (Art. 7, W 14.10.2018, B.S. 25.10.2018, pg. 81448. Erratum Nederlandse tekst B.S. 30.11.2018, pg. 91362))
De Koning regelt de toepassing van de artikelen 45 tot 48 door onder meer te bepalen :
1° het tijdstip waarop het recht op aftrek ontstaat;
2° de termijnen waarbinnen en de regelen volgens welke de aftrek plaatsheeft, berekend wordt en herzien wordt;
3° de wijze waarop de aftrek en de herziening plaatshebben en berekend worden wanneer iemand de hoedanigheid van belastingplichtige verliest of wanneer er bij een belastingplichtige enige wijziging is ingetreden in de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag hebben gelegen;
4° de factoren die uit de in artikel 46, § 1, bedoelde breuk dienen te worden gesloten opdat deze niet tot ongelijkheid in de heffing van de belasting zou leiden.
5° de wijze waarop herzieningen moeten worden verricht ten aanzien van de belasting geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met inbegrip van het bijbehorend terrein, verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d):
a) bij gehele of gedeeltelijke leegstand van het gebouw of gedeelte van het gebouw;
b) bij gehele of gedeeltelijke overdracht van bedoelde gebouwen of gedeelten van gebouwen tijdens de looptijd van de huurovereenkomst en bij overdracht van de huur;
c) bij het sluiten of beëindigen van de huurovereenkomst.
