Artikel 85, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 85, § 2, tweede lid, werd gewijzigd met ingang van 03.11.2022 (Art. 11, W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022, Ed. 2, pg. 77534, Numac : 2022033779))
§ 1. Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de belasting, interesten, fiscale geldboeten en toebehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert.
De belastingschuld kan het voorwerp uitmaken van verbeterende innings- en invorderingsregisters in het geval van een latere wijziging, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen in het innings- en invorderingsregister overeenkomstig het eerste lid.
De verantwoording van de belastingschuld moet uiterlijk een maand voor de opname ervan in een innings- en invorderingsregister bedoeld in het eerste of tweede lid, ter kennis van de belastingschuldige worden gebracht, behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen. In dat laatste geval moet zij ten laatste op het ogenblik dat de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister wordt opgenomen aan de belastingschuldige ter kennis worden gebracht. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze verantwoording verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel.
In afwijking van het derde lid, wordt voor de belasting die in een aangifte ingediend door de belastingplichtige opgenomen is, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de indiening van deze aangifte.
Voor de belasting, die het voorwerp van een schulderkenning uitmaakt, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de ondertekening van de schulderkenning.
Behoudens in de gevallen bedoeld in het vierde en vijfde lid, is de datum van kennisgeving de derde werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst.
Mits de uitdrukkelijke toestemming van de belastingschuldige, kan de verantwoording van de belastingschuld hem uitsluitend ter kennis worden gebracht op elektronische wijze. In dat geval geldt de terbeschikkingstelling op elektronische wijze als rechtsgeldige kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de procedure bedoeld in het zevende lid.
Het derde tot het achtste lid zijn niet van toepassing op de belastingschuld die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 66 en 67.
§ 2. De innings- en invorderingsregisters worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de administrateur-generaal van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde of door de door hem gedelegeerde ambtenaar.
De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de Voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 […..].
De Koning regelt de wijze van opmaak van de innings- en invorderingsregisters.
§ 3. Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de fiscale schuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending, onder gesloten omslag, van een innings- en invorderingsbericht. Dit vermeldt de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarop het betrekking heeft.
In afwijking van het eerste lid kan de belastingschuldige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de innings- en invorderingsberichten uitsluitend op elektronische wijze, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding op elektronische wijze als rechtsgeldige verzending van het innings- en invorderingsbericht.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het tweede lid bedoelde procedure.
