Artikel 85, Wetboek van de Btw
(1. De tekst van art. 85, werd vervangen met ingang van 01.04.2019 (Art. 9, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842). Art. 19, W 26.11.2018: “Deze wet is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór de datum van haar inwerkingtreding.” (2)
2. In § 1, werden tussen het derde en het vierde lid, drie nieuwe leden ingevoegd; in § 1, werd het vroegere vijfde lid, dat het achtste lid werd, vervangen; § 1, werd gewijzigd en § 2, werd aangevuld met een lid (Art. 14, W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019, pg. 46586). Deze wijzigingen hebben eveneens uitwerking met ingang van 01.04.2019 (Art. 15, W 02.05.2019))
§ 1. Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de belasting, interesten, fiscale geldboeten en toebehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert.
De belastingschuld kan het voorwerp uitmaken van verbeterende innings- en invorderingsregisters in het geval van een latere wijziging, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen in het innings- en invorderingsregister overeenkomstig het eerste lid.
De verantwoording van de belastingschuld moet uiterlijk een maand voor de opname ervan in een innings- en invorderingsregister bedoeld in het eerste of tweede lid, ter kennis van de belastingschuldige worden gebracht, behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen. In dat laatste geval moet zij ten laatste op het ogenblik dat de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister wordt opgenomen aan de belastingschuldige ter kennis worden gebracht. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze verantwoording verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel.
In afwijking van het derde lid, wordt voor de belasting die in een aangifte ingediend door de belastingplichtige opgenomen is, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de indiening van deze aangifte.
Voor de belasting, die het voorwerp van een schulderkenning uitmaakt, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de ondertekening van de schulderkenning.
Behoudens in de gevallen bedoeld in het vierde en vijfde lid, is de datum van kennisgeving de derde werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst.
Mits de uitdrukkelijke toestemming van de belastingschuldige, kan de verantwoording van de belastingschuld hem uitsluitend ter kennis worden gebracht op elektronische wijze. In dat geval geldt de terbeschikkingstelling op elektronische wijze als rechtsgeldige kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de procedure bedoeld in het zevende lid.
Het derde tot het achtste lid zijn niet van toepassing op de belastingschuld die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 66 en 67.
§ 2. De innings- en invorderingsregisters worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de administrateur-generaal van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde of door de door hem gedelegeerde ambtenaar.
De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de Voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
De Koning regelt de wijze van opmaak van de innings- en invorderingsregisters.
§ 3. Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de fiscale schuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending, onder gesloten omslag, van een innings- en invorderingsbericht. Dit vermeldt de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarop het betrekking heeft.
In afwijking van het eerste lid kan de belastingschuldige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de innings- en invorderingsberichten uitsluitend op elektronische wijze, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding op elektronische wijze als rechtsgeldige verzending van het innings- en invorderingsbericht.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het tweede lid bedoelde procedure.
§ 4. Voor zover de verjaring van de vordering tot voldoening van de belastingschuld niet reeds is verkregen, is er, wanneer deze schuld wordt opgenomen in een innings- en invorderingsregister overeenkomstig paragraaf 1, onverminderd de toepassing van artikel 83, slechts verjaring van de vordering tot voldoening van deze schuld na het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze is opgenomen.
§ 5. De kennisgeving, bij aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling van de overeenkomstig paragraaf 1 in een innings- en invorderingsregister opgenomen belastingschuld, stuit de verjaring van de invordering van deze schuld. Deze kennisgeving bevat een afschrift van het innings- en invorderingsbericht.
De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag.
Indien de bestemmeling geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling bij aangetekende brief verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel.
§ 6. Het innings- en invorderingsregister is uitvoerbaar tegen de personen die er niet zijn in opgenomen in de mate dat zij gehouden zijn tot de betaling van de belastingschuld op grond van dit Wetboek en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van het gemeen recht.
De fiscale schuld kan echter slechts worden ingevorderd door middelen van tenuitvoerlegging ten laste van de personen bedoeld in het eerste lid:
1° indien hen een aanmaning tot betaling werd verzonden, die een afschrift van het innings- en invorderingsbericht, de wettelijke en reglementaire gronden en het bedrag van hun schuld bevat. De aanmaning tot betaling heeft uitwerking te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van haar verzending.
Wanneer de bestemmeling geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel.
2° na het verstrijken van een termijn van één maand te rekenen van de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling bedoeld in 1°, behalve wanneer de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.
Vormen middelen van tenuitvoerlegging in de zin van het tweede lid: de middelen van tenuitvoerlegging bedoeld in het Vijfde deel, Titel III van het Gerechtelijk Wetboek en het uitvoerend beslag onder derden bedoeld in artikel 85bis.
(2) Deze versie, zoals gewijzigd bij W 26.11.2018, is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór 01.04.2019 (Art. 19, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842)
