Artikel 12, Wetboek van de Btw

Artikel 12

(De tekst van Art. 12, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (W 03.07.1969, B.S. 17.07.1969))

§ 1. Levering in de zin van artikel 10 wordt geacht ook plaats te hebben:

1° bij de afgifte van een goed als verbruiklening, en bij de teruggaaf ingevolge een zodanige lening;

wanneer de eigendom van een goed tegen betaling van een vergoeding wordt overgedragen ingevolge een vordering door of namens de overheid;

wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een roerend goed onttrekt dat geen bedrijfsmiddel is, om het voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden te gebruiken; de onttrekking die verricht wordt om een in artikel 2, 3°, bedoeld goed om niet te verstrekken wordt evenwel niet als een levering aangemerkt;

wanneer een belastingplichtige als bedrijfsmiddel een roerend goed in gebruik neemt, dat door hem is vervaardigd of dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft verkregen of ingevoerd;

wanneer een belastingplichtige een door hem vervaardigd goed anders dan als bedrijfsmiddel in gebruik neemt voor het verrichten van handelingen waarvoor op grond van artikel 45 geen of slechts een gedeeltelijke aanspraak op aftrek bestaat.

§ 2. De in artikel 8, § 1, bedoelde belastingplichtige die het door hem of voor zijn rekening opgerichte gebouw bij het verstrijken van de in artikel 9, § 3, bepaalde termijn niet vervreemd heeft, wordt geacht dat gebouw op dat tijdstip voor eigen behoeften aan zijn bedrijf te hebben onttrokken.

Wanneer die belastingplichtige het gebouw vóór het verstrijken van de genoemde termijn om niet onder de levenden heeft overgedragen, heeft de onttrekking evenwel plaats op de datum van die overdracht.

Die onttrekkingen zijn gelijkgesteld met een levering in de zin van artikel 10.