Artikel 53, Wetboek van de Btw

Artikel 53

(De tekst van art. 53, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1990 (Art. 62, W 08.08.1980 en Art. 117, W 22.12.1989))

§ 1. De medecontractant van de leverancier of van de dienstverrichter is met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk, waarvan het uitreiken is voorgeschreven door de artikelen 50 en 52 of door de ter uitvoering ervan gegeven regelen, niet werd uitgereikt, onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van de naam en het adres van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, of het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting niet of onjuist vermeldt.

De medecontractant die de identiteit van zijn leverancier of dienstverrichter aantoont en bewijst hem de prijs en de bijbehorende belasting of een deel daarvan te hebben betaald, is evenwel in die mate van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen.

De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing wanneer de medecontractant, op grond van artikel 52, laatste lid, persoonlijk gehouden is tot voldoening van de belasting.

§ 2. Wanneer ten aanzien van goederen en diensten waarvoor de in artikel 59, § 2, bedoelde deskundige schatting kan worden gevorderd bevonden wordt dat de belasting werd voldaan over een onvoldoende maatstaf, is de aanvullende belasting verschuldigd door de persoon tegen wie de schattingsprocedure dient te worden ingesteld.

§ 3. De belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst indien de plaats van de dienst op basis van artikel 21, § 3, 7, geacht wordt zich in België te bevinden en indien de dienstverrichter een in het buitenland gevestigde belastingplichtige is. Deze belastingplichtige is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten voor de betaling van deze belasting.