Artikel 53, Wetboek van de Btw

Artikel 53

(De tekst van art. 53, § 3, werd ingevoegd met ingang van 01.04.2007 (Art. 105, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007))

§ 1. De belastingplichtige, met uitzondering van degene die geen enkel recht op aftrek heeft, is gehouden :

een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van zijn werkzaamheid;

iedere maand een aangifte in te dienen waarin hij vermeldt :

a) het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die hij heeft verricht of die aan hem werden verstrekt gedurende de vorige maand in het kader van zijn economische activiteit;

b) het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen;

c) de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Gemeenschap uitgevaardigde regelgeving inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te waarborgen;

de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 2° voorgeschreven aangifte.

In afwijking van het eerste lid is de in artikel 56, § 2, bedoelde belastingplichtige gehouden tot de in het eerste lid, 1°, bepaalde verplichtingen.

§ 2. De belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en die hem geen enkel recht op aftrek verlenen, is ertoe gehouden een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt :

wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;

wanneer hij een in artikel 15, §§ 4 en 5, bedoelde levering van goederen heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige persoon;

wanneer hij een in artikel 39bis, eerste lid, 2°, bedoelde levering van goederen heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige persoon;

wanneer, vóór de levering van een goed of vóór de voltooiing van een dienst bedoeld in 1° en 2°, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling, bij toepassing van de artikelen 17, § 1, en 22, § 2;

wanneer, vóór een in artikel 39bis, eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde levering, de prijs geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen.

De uitreiking van facturen door de medecontractant wordt toegestaan op voorwaarde dat er een voorafgaandelijk akkoord is tussen beide partijen en dat iedere factuur het voorwerp uitmaakt van een procedure van aanvaarding door de belastingplichtige die de goederen levert of de diensten verstrekt.

Ieder document dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur en dient te worden uitgereikt door dezelfde persoon als degene die de oorspronkelijke factuur heeft uitgereikt.

De Koning kan aan de belastingplichtigen de verplichting opleggen een factuur uit te reiken voor de in België verrichte leveringen van goederen of dienstverrichtingen, andere dan deze bedoeld in het eerste lid.

§ 3. In het kader van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, is het lid dat goederen of diensten verschaft aan een ander lid ertoe gehouden een bijzonder stuk uit te reiken aan dat lid of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door het lid in zijn hoedanigheid van medecontractant of door een derde een dergelijk stuk wordt uitgereikt, als de in § 2 bedoelde factuur niet werd uitgereikt.

De Koning kan andere verplichtingen bepalen om de juiste heffing van de belasting te waarborgen en om de fraude te vermijden.