Artikel 53, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 53, werd vervangen met ingang van 01.01.1993 (Art. 58, W 28.12.1992))
Belastingplichtigen, met uitzondering van degenen die geen enkel recht op aftrek hebben, zijn gehouden :
1° een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid;
2° een factuur of een als zodanig geldend stuk uit te reiken voor de door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen verstrekte diensten;
3° iedere maand aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij hebben verricht of die aan hen werden verstrekt, gedurende de vorige maand in het kader van hun economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren;
4° de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 3° voorgeschreven aangifte.
In afwijking van het eerste lid zijn de in artikel 56, § 2, bedoelde belastingplichtigen gehouden tot de in 1° en 2° van dit lid bepaalde verplichtingen.
