Artikel 57, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 57, § 2 werd aangevuld met een lid; § 6 werd vervangen en § 7, eerste lid werd vervangen (Art. 11, W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127779, Numac: 2021034489) met ingang van 01.01.2022 (Art. 12, W 27.12.2021))
§ 1. Landbouwondernemers, met uitzondering van de BTW-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, die produkten van hun bedrijf leveren of landbouwdiensten verrichten, zijn ten aanzien van de uitoefening van die werkzaamheid niet gehouden de verplichtingen na te leven die op het stuk van facturering, aangifte en voldoening van de belasting, aan belastingplichtigen zijn opgelegd, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit de intracommunautaire handelingen die ze verrichten.
§ 2. De belasting geheven van de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de genoemde leveringen en diensten die de landbouwondernemer verricht wordt hem bij wijze van forfaitaire compensaties terugbetaald.
De forfaitaire compensatie vloeit voort uit de toepassing van de forfaitaire compensatiepercentages op de prijs, exclusief belasting:
1° van de landbouwprodukten die de forfaitair belaste landbouwers hebben geleverd aan andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland onder de forfaitaire regeling van dit artikel vallen;
2° van de landbouwprodukten die de forfaitair belaste landbouwers onder de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 1°, hebben geleverd aan niet-belastingplichtige rechtspersonen op wie in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van de aldus geleverde landbouwprodukten de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, omschreven afwijking niet toepasselijk is;
3° van de landbouwdiensten die worden verricht door forfaitair belaste landbouwers voor andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland onder de forfaitaire regeling bepaald in dit artikel vallen.
Deze compensatie sluit elke andere vorm van aftrek uit.
De forfaitaire compensatiepercentages worden bepaald aan de hand van de macro-economische gegevens over de laatste drie jaar betreffende uitsluitend de landbouwondernemers onderworpen aan de regeling bedoeld in dit artikel. De percentages worden afgerond op een half procent naar beneden. Ze mogen niet tot gevolg hebben dat aan de landbouwondernemers onderworpen aan de regeling bedoeld in dit artikel gezamenlijk bedragen worden terugbetaald die hoger zijn dan de belastingvoordruk.
§ 3. Voor elke levering van landbouwprodukten en elke dienst als bedoeld onder § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, geschiedt de betaling van de forfaitaire compensaties door de koper van de goederen of de ontvanger van de diensten.
§ 4. De belastingplichtige koper of ontvanger, die periodieke aangiften indient, is gemachtigd om, onder de voorwaarden van de artikelen 45 tot 49 en volgens nader door de Koning vast te stellen regels, van de door hem in het binnenland verschuldigde belasting het bedrag van de forfaitaire compensatie af te trekken dat hij aan de forfaitair belaste landbouwers heeft betaald.
§ 5. De Schatkist kent aan de koper of ontvanger terugbetaling toe van het bedrag van de forfaitaire compensatie dat hij aan de forfaitair belaste landbouwers heeft betaald uit hoofde van een van de volgende handelingen:
1° de leveringen van landbouwprodukten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39bis, 1°, wanneer de koper een belastingplichtige is, of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreedt in een andere Lid-Staat en op wie in deze Lid-Staat de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, omschreven afwijking niet toepasselijk is;
2° de leveringen van landbouwprodukten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39, voor een belastingplichtige koper die buiten de Gemeenschap is gevestigd, in de mate dat deze landbouwprodukten door de koper gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger verschuldigd is;
3° landbouwdiensten die worden verricht voor een binnen de Gemeenschap maar in een andere Lid-Staat gevestigde belastingplichtige ontvanger of voor een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ontvanger, in de mate dat deze diensten door de ontvanger gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger is verschuldigd.
De Koning stelt de nadere regels voor deze terugbetalingen vast.
§ 6. De landbouwondernemingen blijven evenwel onderworpen aan alle verplichtingen van belastingplichtigen:
1° wanneer de activiteit wordt uitgeoefend onder de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die niet erkend is als landbouwonderneming bedoeld in artikel 8:2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
2° wanneer ze reeds belastingplichtige zijn wegens de uitoefening van een andere werkzaamheid, behoudens wanneer ze, voor die werkzaamheid, onderworpen zijn aan de in artikel 56bis bedoelde bijzondere regeling.
In afwijking van het eerste lid, 2°, mogen de landbouwondernemingen de in dit artikel vastgelegde regeling blijven toepassen ten aanzien van hun werkzaamheid die binnen het toepassingsgebied van deze regeling valt, wanneer ze daarnaast op bijkomstige wijze handelingen verrichten waarvoor ze aan de normale regeling of de in artikel 56 bedoelde regeling onderworpen zijn en die voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° die handelingen zijn uit hun aard verbonden met de hoofdactiviteit van de landbouwonderneming;
2° de door die handelingen gerealiseerde omzet, exclusief btw, bedraagt in de loop van het kalenderjaar niet meer dan 30 pct. van het totale omzetcijfer van de landbouwondernemingen en heeft in de loop van het voorafgaande kalenderjaar dat percentage niet overschreden.
De Koning bepaalt de lijst van de handelingen die voldoen aan de voorwaarde bedoeld in het tweede lid.
§ 7. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel met betrekking tot de definitie van de landbouwonderneming, de forfaitaire compensatiepercentages en de administratieve formaliteiten die noodzakelijk zijn om de toepassing van deze regeling doeltreffend te controleren.
Hij kan toelaten dat de landbouwondernemers onderworpen aan de in dit artikel vastgestelde regeling, de in artikel 53sexies, § 1, bedoelde inlichtingen slechts jaarlijks verstrekken.
§ 8. Landbouwondernemers bedoeld in § 1 kunnen kiezen voor de normale regeling van de belasting. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan die keuze onderworpen is.
