Artikel 57, Wetboek van de Btw

Artikel 57

(De tekst van art. 57, § 1 werd vervangen; § 1bis en § 1ter werden ingevoegd; § 7, eerste lid werd vervangen en § 9 werd ingevoegd, met ingang van 11.12.2023 (Art. 19, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474))

§ 1. De in dit artikel bedoelde bijzondere regeling is van toepassing op de landbouwondernemers, met uitzondering van de in artikel 4, § 2, bedoelde btw-eenheden, die producten van hun bedrijf leveren of landbouwdiensten verrichten.

Wordt als landbouwondernemer aangemerkt in de zin van het eerste lid, de belastingplichtige wiens bedrijvigheid bestaat in:

algemene landbouw, groenteteelt, fruitteelt, bloementeelt, sierplantenteelt, champignonteelt, teelt van zaai- en pootgoed en druiventeelt;

veeteelt, pluimveeteelt, konijnenteelt en bijenteelt;

boomkweek;

bosbouw.

De in het eerste lid bedoelde landbouwondernemer is onderworpen aan de bij dit artikel ingestelde bijzondere regeling:

wanneer hij door hem in zijn hoedanigheid van landbouwondernemer voortgebrachte producten of geteelde dieren levert, in de staat waarin hij ze heeft voortgebracht of geteeld of na ze onderworpen te hebben aan een primaire verwerking die normaal bij de landbouwbedrijven behoort;

wanneer hij diensten verstrekt ter uitvoering van overeenkomsten van contractteelt of contractmesterij met betrekking tot goederen of dieren waarvan de levering bedoeld zou zijn in de bepaling onder 1° indien de landbouwondernemer ze voor eigen rekening zou voortbrengen of telen;

wanneer hij, als onderlinge landbouwhulp, andere dan in de bepaling onder 2° bedoelde diensten verstrekt en daarbij geen andere machines gebruikt dan die welke slechts uitzonderlijk dienen voor werk voor anderen;

wanneer hij goederen levert die hij in zijn bedrijf heeft gebruikt, met inbegrip van de bedrijfsmiddelen;

wanneer hij aan een veeteeltbedrijf tegen vergoeding toelaat al dan niet vloeibare dierlijke mest op landbouwgronden uit te spreiden of wanneer hij tegen vergoeding al dan niet vloeibare dierlijke mest ophaalt bij een dergelijk bedrijf om het uit te spreiden op landbouwgronden van dat bedrijf of van een andere landbouwer dan wel op zijn landbouwgronden;

wanneer hij tegen vergoeding bedorven of beschadigde land- of tuinbouwproducten ophaalt om het op landbouwgronden uit te spreiden;

wanneer hij tijdelijk productiequota overdraagt;

wanneer hij emissierechten met betrekking tot de landbouwonderneming overdraagt;

wanneer hij premierechten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid overdraagt;

10° wanneer hij diensten verricht die bijdragen tot het voortbrengen van landbouw- of bosbouwproducten met uitzondering van de bebossingswerkzaamheden voor rekening van bosuitbaters of houthandelaren en bebouwings- of oogstwerken uitgevoerd voor rekening van andere landbouwers.

In afwijking van het derde lid, is deze bijzondere regeling niet van toepassing ten aanzien van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht onder de voorwaarden van artikel 15, § 2.

§ 1bis. De in paragraaf 1 bedoelde landbouwondernemer is er ten aanzien van die werkzaamheid niet toe gehouden de verplichtingen na te leven die op het stuk van facturering, aangifte en voldoening van de belasting, aan belastingplichtigen zijn opgelegd, met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit de intracommunautaire handelingen die hij verricht.

§ 1ter. Zonder het voordeel van deze bijzondere regeling te verliezen voor de in paragraaf 1 bedoelde handelingen die hij in de uitoefening van zijn economische activiteit verricht, mag de landbouwondernemer de in het tweede lid opgesomde handelingen verrichten wanneer hij voor die handelingen onderworpen is aan de normale regeling van de belasting ofwel, in voorkomend geval, aan de bijzonder regeling voorzien in artikel 56, onder de hierna volgende voorwaarden:

die handelingen zijn uit hun aard verbonden met zijn hoofdactiviteit als landbouwondernemer;

de omzet, exclusief btw, van die handelingen bedraagt gedurende het lopende kalenderjaar en bedroeg gedurende het voorafgaande kalenderjaar niet meer dan dertig pct. van de totale omzet van de landbouwondernemer.

In het eerste lid, 1°, worden de volgende handelingen bedoeld:

de leveringen van goederen en de diensten die betrekking hebben op in paragraaf 1, derde lid, 1°, bedoelde producten of dieren die niet onderworpen zijn aan het tarief van zes pct., met uitzondering van ruwe en niet tot verbruik bereide tabak. De in dit artikel bedoelde bijzondere regeling blijft evenwel gelden voor de leveringen van die producten of die dieren aan de door de bevoegde overheid erkende coöperatieve producentenveilingen van landbouwproducten;

het verrichten van seizoengebonden werk in onroerende staat zoals het strooien van grind of het ruimen van sneeuw op de wegen voor rekening van een gemeente, bebossingswerkzaamheden voor rekening van bosuitbaters of houthandelaren en bebouwings- of oogstwerken uitgevoerd voor rekening van andere landbouwers;

de verkoop van de via het bedrijf geproduceerde elektriciteit;

de overdracht van groenestroomcertificaten met betrekking tot de via het bedrijf geproduceerde elektriciteit;

de overdracht van via het bedrijf geproduceerde thermische energie of warmtekrachtkoppelingscertificaten;

de levering van goederen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 1°, die een andere dan primaire verwerking hebben ondergaan evenals de levering, op bijkomstige wijze, van dezelfde goederen of van in paragraaf 1, derde lid, 1°, bedoelde goederen die door een andere landbouwondernemer werden voortgebracht;

de verpachting van jachtgebieden;

de verhuur van substantiële of een geheel van meerdere bestanddelen van het landbouwbedrijf wanneer de landbouwer zijn landbouwactiviteit voortzet met andere delen van het bedrijf;

de diensten die bestaan in het opmeten van landbouwpercelen en het nemen van grondstalen;

10° de diensten op educatieve boerderijen en zorgboerderijen;

11° de terbeschikkingstelling van gemeubeld logies binnen het bedrijf en, meer algemeen, het hoevetoerisme;

12° de restaurantdiensten binnen het bedrijf.

Deze paragraaf is van toepassing op de in paragraaf 1, derde lid, 1°, bedoelde intracommunautaire afstandsverkopen van goederen.

§ 2. De belasting geheven van de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de genoemde leveringen en diensten die de landbouwondernemer verricht wordt hem bij wijze van forfaitaire compensaties terugbetaald.

De forfaitaire compensatie vloeit voort uit de toepassing van de forfaitaire compensatiepercentages op de prijs, exclusief belasting:

van de landbouwprodukten die de forfaitair belaste landbouwers hebben geleverd aan andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland onder de forfaitaire regeling van dit artikel vallen;

van de landbouwprodukten die de forfaitair belaste landbouwers onder de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 1°, hebben geleverd aan niet-belastingplichtige rechtspersonen op wie in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van de aldus geleverde landbouwprodukten de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, omschreven afwijking niet toepasselijk is;

van de landbouwdiensten die worden verricht door forfaitair belaste landbouwers voor andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland onder de forfaitaire regeling bepaald in dit artikel vallen.

Deze compensatie sluit elke andere vorm van aftrek uit.

De forfaitaire compensatiepercentages worden bepaald aan de hand van de macro-economische gegevens over de laatste drie jaar betreffende uitsluitend de landbouwondernemers onderworpen aan de regeling bedoeld in dit artikel. De percentages worden afgerond op een half procent naar beneden. Ze mogen niet tot gevolg hebben dat aan de landbouwondernemers onderworpen aan de regeling bedoeld in dit artikel gezamenlijk bedragen worden terugbetaald die hoger zijn dan de belastingvoordruk.

§ 3. Voor elke levering van landbouwprodukten en elke dienst als bedoeld onder § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, geschiedt de betaling van de forfaitaire compensaties door de koper van de goederen of de ontvanger van de diensten.

§ 4. De belastingplichtige koper of ontvanger, die periodieke aangiften indient, is gemachtigd om, onder de voorwaarden van de artikelen 45 tot 49 en volgens nader door de Koning vast te stellen regels, van de door hem in het binnenland verschuldigde belasting het bedrag van de forfaitaire compensatie af te trekken dat hij aan de forfaitair belaste landbouwers heeft betaald.

§ 5. De Schatkist kent aan de koper of ontvanger terugbetaling toe van het bedrag van de forfaitaire compensatie dat hij aan de forfaitair belaste landbouwers heeft betaald uit hoofde van een van de volgende handelingen:

de leveringen van landbouwprodukten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39bis, 1°, wanneer de koper een belastingplichtige is, of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreedt in een andere Lid-Staat en op wie in deze Lid-Staat de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, omschreven afwijking niet toepasselijk is;

de leveringen van landbouwprodukten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39, voor een belastingplichtige koper die buiten de Gemeenschap is gevestigd, in de mate dat deze landbouwprodukten door de koper gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger verschuldigd is;

landbouwdiensten die worden verricht voor een binnen de Gemeenschap maar in een andere Lid-Staat gevestigde belastingplichtige ontvanger of voor een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ontvanger, in de mate dat deze diensten door de ontvanger gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger is verschuldigd.

De Koning stelt de nadere regels voor deze terugbetalingen vast.

§ 6. De landbouwondernemingen blijven evenwel onderworpen aan alle verplichtingen van belastingplichtigen:

wanneer de activiteit wordt uitgeoefend onder de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die niet erkend is als landbouwonderneming bedoeld in artikel 8:2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

wanneer ze reeds belastingplichtige zijn wegens de uitoefening van een andere werkzaamheid, behoudens wanneer ze, voor die werkzaamheid, onderworpen zijn aan de in artikel 56bis bedoelde bijzondere regeling.

In afwijking van het eerste lid, 2°, mogen de landbouwondernemingen de in dit artikel vastgelegde regeling blijven toepassen ten aanzien van hun werkzaamheid die binnen het toepassingsgebied van deze regeling valt, wanneer ze daarnaast op bijkomstige wijze handelingen verrichten waarvoor ze aan de normale regeling of de in artikel 56 bedoelde regeling onderworpen zijn en die voldoen aan de volgende voorwaarden:

die handelingen zijn uit hun aard verbonden met de hoofdactiviteit van de landbouwonderneming;

de door die handelingen gerealiseerde omzet, exclusief btw, bedraagt in de loop van het kalenderjaar niet meer dan 30 pct. van het totale omzetcijfer van de landbouwondernemingen en heeft in de loop van het voorafgaande kalenderjaar dat percentage niet overschreden.

De Koning bepaalt de lijst van de handelingen die voldoen aan de voorwaarde bedoeld in het tweede lid.

§ 7. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel met betrekking tot de forfaitaire compensatiepercentages, de vermeldingen en de uitreikingsmodaliteiten van het door de belastingplichtige koper of ontvanger uitgereikte document aan de landbouwondernemer en de administratieve formaliteiten die noodzakelijk zijn om de toepassing van deze regeling doeltreffend te controleren.

Hij kan toelaten dat de landbouwondernemers onderworpen aan de in dit artikel vastgestelde regeling, de in artikel 53sexies, § 1, bedoelde inlichtingen slechts jaarlijks verstrekken.

§ 8. Landbouwondernemers bedoeld in § 1 kunnen kiezen voor de normale regeling van de belasting. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan die keuze onderworpen is.

§ 9. De landbouwondernemer die de in paragraaf 1ter, eerste lid, bedoelde voorwaarden niet vervult of die andere dan de in paragrafen 1, derde lid en 1ter bedoelde handelingen verricht, verliest het voordeel van deze bijzondere regeling voor zijn gehele economische activiteit. In dat geval is hij onderworpen aan de normale regeling van de belasting voor zijn gehele economische activiteit, tenzij hij de in artikel 56bis bedoelde bijzondere regeling toepast.

In de gevallen die concurrentieverstoringen teweegbrengen, wordt de landbouwondernemer, die financieel, economisch en organisatorisch nauw verbonden is met één of meerdere personen die juridisch gezien zelfstandig zijn en niet aan deze bijzondere regeling zijn onderworpen, door de administratie die belast is met de belasting over de toegevoegde waarde, uitgesloten van deze bijzondere regeling.