Artikel 91, Wetboek van de Btw

Tijdelijke maatregel (april-september 2021)

(Tijdelijke afwijking van de geldende tekst van artikel 91 W.Btw, ingevoerd voor de periode april-juni 2021 (Artt. 20 en 21, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021, pg. 32911, inwerkingtreding 01.04.2021, Numac: 2021020750) en verlengd tot de periode april–september 2021 (Art. 12, W 18.07.2021, B.S. 29.07.2021, pg. 76957, Numac: 2021021520))

1. Artikel 20, W 02.04.2021 - Afwijking van artikel 91, W.Btw, zoals het geldt vanaf 01.04.2019

Art. 20. In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar.

In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar.

In afwijking van artikel 91, § 2bis, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar.

Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een innings- en invorderingsregister, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister.

Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.”

2. Artikel 21, W 02.04.2021 - Afwijking van artikel 91, W.Btw, zoals het gold vóór 01.04.2019 (Vóór de wijziging bij W 26.11.2018)

Art. 21. In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar.

In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar.

In afwijking van artikel 91, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 op de in te vorderen bedragen vastgesteld op 8 pct.

Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een dwangbevel dat werd betekend of ter kennis gebracht, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar.

Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.”