Artikel 12:112/1, WVV
Art. 12:112/1. [1 § 1. Uiterlijk binnen drie maanden na de bekendmaking van het fusievoorstel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, kunnen de schuldeisers die geen genoegen nemen met de in artikel 12:111, tweede lid, 14°, geboden waarborgen jegens de vennootschap, niettegenstaande andersluidende bepaling, een bijkomende zekerheid of enige andere waarborg eisen voor hun schuldvorderingen die op het tijdstip van de bekendmaking vaststaand maar nog niet opeisbaar zijn evenals voor hun schuldvorderingen waarvoor in rechte of via arbitrage een vordering tegen de vennootschap werd ingesteld vóór de bekendmaking van het fusievoorstel.
Daartoe richt de schuldeiser tegelijkertijd een schriftelijk verzoek aan de vennootschap en de notaris vermeld in het gemeenschappelijk fusievoorstel, op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn verzoek.
De vennootschap kan deze vordering afweren door de schuldvordering te betalen tegen haar waarde, na aftrek van het disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen voldoening heeft gekregen, legt de meest gerede partij het geschil voor aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de schuldplichtige vennootschap, zitting houdend in kort geding.
Zonder afbreuk te doen aan de grond van de zaak, bepaalt de voorzitter de zekerheid die de vennootschap moet stellen en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren, tenzij hij beslist dat geen zekerheid is vereist gelet op de waarborgen en voorrechten waarover de schuldeiser beschikt of zal beschikken of op de solvabiliteit van de verkrijgende vennootschap.
Indien de door de voorzitter opgelegde zekerheid niet binnen de door hem bepaalde termijn is gesteld, wordt de schuldvordering onverwijld opeisbaar.
De in het eerste lid bedoelde zekerheid of enige andere waarborg is afhankelijk van het van kracht worden van de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig de jurisdictie waaronder de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap valt.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing bij grensoverschrijdende fusies wanneer een overgenomen vennootschap die wordt beheerst door het Belgische recht onderworpen is aan het toezicht van de Nationale Bank van België of de Europese Centrale Bank.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-05-25/04, art. 24, 013; Inwerkingtreding : 16-06-2023>
Daartoe richt de schuldeiser tegelijkertijd een schriftelijk verzoek aan de vennootschap en de notaris vermeld in het gemeenschappelijk fusievoorstel, op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn verzoek.
De vennootschap kan deze vordering afweren door de schuldvordering te betalen tegen haar waarde, na aftrek van het disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen voldoening heeft gekregen, legt de meest gerede partij het geschil voor aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de schuldplichtige vennootschap, zitting houdend in kort geding.
Zonder afbreuk te doen aan de grond van de zaak, bepaalt de voorzitter de zekerheid die de vennootschap moet stellen en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren, tenzij hij beslist dat geen zekerheid is vereist gelet op de waarborgen en voorrechten waarover de schuldeiser beschikt of zal beschikken of op de solvabiliteit van de verkrijgende vennootschap.
Indien de door de voorzitter opgelegde zekerheid niet binnen de door hem bepaalde termijn is gesteld, wordt de schuldvordering onverwijld opeisbaar.
De in het eerste lid bedoelde zekerheid of enige andere waarborg is afhankelijk van het van kracht worden van de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig de jurisdictie waaronder de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap valt.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing bij grensoverschrijdende fusies wanneer een overgenomen vennootschap die wordt beheerst door het Belgische recht onderworpen is aan het toezicht van de Nationale Bank van België of de Europese Centrale Bank.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-05-25/04, art. 24, 013; Inwerkingtreding : 16-06-2023>
Bron: Justel
