Artikel 6:108, WVV

Art. 6:108. § 1. Het bestuursorgaan is bevoegd om over de uitgifte van nieuwe aandelen te beslissen, tenzij de statuten bepalen dat deze bevoegdheid bij de algemene vergadering ligt.
  Het bestuursorgaan kan slechts aandelen van een reeds bestaande soort uitgeven, tenzij de algemene vergadering, bij een besluit genomen volgens de regels voor een statutenwijziging, het bestuursorgaan specifiek heeft gemachtigd om een nieuwe soort aandelen uit te geven.
  De statuten kunnen de modaliteiten van dergelijke uitgifte vastleggen, en kunnen, al dan niet per soort, een maximum aantal aldus uit te geven aandelen vaststellen.
  § 2. Het bestuursorgaan doet op de gewone algemene vergadering verslag over de uitgifte van nieuwe aandelen gedurende het voorgaande boekjaar. Dat verslag bevat ten minste het aantal bestaande en nieuwe aandeelhouders die inschreven op nieuwe aandelen, het aantal en de soort aandelen waarop zij hebben ingeschreven, de betaalde vergoeding, de verantwoording van de uitgifteprijs, in zoverre deze niet statutair wordt bepaald, en de eventuele andere modaliteiten. De statuten kunnen bepalen dat ook de identiteit van de bestaande en nieuwe aandeelhouders moet worden vermeld.
  Deze gegevens worden opgenomen in het jaarverslag of, bij gebrek daaraan, in een stuk dat samen met de jaarrekening moet worden neergelegd, dan wel in een afzonderlijk verslag dat wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 2:8 en 2:14, 4°. Een kopie ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 6:70, § 2.
  Het bestuursorgaan werkt het aandelenregister bij. Meer bepaald worden vermeld: het aantal nieuwe aandelen, in voorkomend geval de soort, de identiteit van de inschrijvers, de datum waarop de aandelen worden uitgegeven, de inschrijvingsprijs en de gedane stortingen.

  
Bron: Justel