Artikel 3:32/5, WVV

Art. 3:32/5. [1 § 1. Een moedervennootschap die tevens dochtervennootschap is, wordt vrijgesteld van de in artikel 3:32/2 bedoelde vereisten onder de volgende voorwaarden:
   1° de moedervennootschap en haar dochtervennootschappen zijn opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van een andere moedervennootschap;
   2° het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de vrijgestelde moedervennootschap bevat de volgende informatie:
   a) de naam en de zetel van de moedervennootschap die op het niveau van de groep geconsolideerde duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag heeft opgenomen overeenkomstig artikel 3:32/2;
   b) een verwijzing naar de internetpagina van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en naar het desbetreffende assuranceverslag bedoeld in artikel 3:82/5 of in voorkomend geval, het assuranceoordeel bedoeld in artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), van Richtlijn 2013/34/EU;
   c) de mededeling dat de moedervennootschap is vrijgesteld van de in artikel 3:32/2 bedoelde verplichtingen.
   De betrokken vennootschap die het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de moedervennootschap openbaar maakt overeenkomstig artikel 3:32/2, moet de informatie bedoeld in het eerste lid, 2°, niet verstrekken.
   De betrokken vennootschap legt het verslag over de geconsolideerde jaarrekening van de moedervennootschap neer in de taal of in één van de officiële talen van het taalgebied waar de zetel van de moedervennootschap is gevestigd.
   De betrokken vennootschap mag daarenboven het verslag over de geconsolideerde jaarrekening van de moedervennootschap in een of meer andere officiële talen van de Europese Unie vertalen en het als vertaling neerleggen. Elke niet-gewaarmerkte vertaling bevat een verklaring in die zin.
   § 2. Een moedervennootschap die een dochtervennootschap is van een moederonderneming van een derde land, wordt vrijgesteld van de in artikel 3:32/2 bedoelde vereisten onder de volgende voorwaarden:
   1° de moederonderneming van een derde land heeft hetzij een jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening waarin de moedervennootschap en haar dochtervennootschappen opgenomen zijn, hetzij een verslag over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgesteld en openbaar gemaakt overeenkomstig de standaarden bedoeld in artikel 3:32/2, of op een wijze die gelijkwaardig is aan die standaarden;
   2° de moederonderneming van een derde land heeft hetzij in haar verslag over de geconsolideerde jaarrekening, hetzij in haar verslag over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, de duurzaamheidsinformatie van de groep opgenomen overeenkomstig de standaarden bedoeld in artikel 3:32/2 of op een wijze die gelijkwaardig aan die standaarden;
   3° het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de vrijgestelde moedervennootschap bevat de volgende informatie:
   a) de naam en de zetel van de moederonderneming van een derde land,
   b) een verwijzing naar de internetpagina van hetzij het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening die de duurzaamheidsinformatie van de moederonderneming van een derde land bevat, hetzij het verslag over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de moederonderneming van een derde land, alsook naar het assuranceoordeel bedoeld in het vierde lid;
   c) de mededeling dat de moedervennootschap is vrijgesteld van de in artikel 3:32/2 bedoelde verplichtingen;
   4° de moederonderneming van een derde land heeft haar verslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie van de groep of haar verslag over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, en vergezeld van het oordeel over de overeenstemming van de duurzaamheidsinformatie met de wettelijke vereisten, openbaar gemaakt door neerlegging bij de Nationale Bank van België;
   5° de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde informatieverschaffing wordt hetzij in het jaarverslag van de vrijgestelde moedervennootschap, hetzij bij de duurzaamheidsinformatie moederonderneming van een derde land, opgenomen.
   De gelijkwaardigheid bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt vastgesteld overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid van standaarden van duurzaamheidsrapportage.
   De in het eerste lid, 5°, vermelde vereiste heeft enkel betrekking op de economische activiteiten die de vrijgestelde dochtervennootschap van de moederonderneming van een derde land uitoefent.
   Het assuranceoordeel over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie dat de moederonderneming van een derde land heeft openbaar gemaakt, wordt uitgebracht door één of meer personen of kantoren die volgens het recht van het rechtsgebied van die moederonderneming gerechtigd zijn om een assuranceoordeel van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie uit te brengen.
   § 3. De vrijstellingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn ook van toepassing op de moedervennootschappen die organisaties van openbaar belang en onderworpen aan de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2, met uitzondering van de moedervennootschappen die vennootschappen zijn als bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, en die voldoen aan de vereisten van artikel 3:6/1, § 1, eerste lid, 1°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2024-12-02/07, art. 32, 024; Inwerkingtreding : 30-12-2024>
  

  
Bron: Justel