Artikel 6:29, WVV
Art. 6:29.Het gedematerialiseerd effect wordt vertegenwoordigd door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, [2 bij een centrale effectenbewaarinstelling]2 of bij een erkende rekeninghouder.
[3 De centrale effectenbewaarinstelling en de erkende rekeninghouder kunnen de in het eerste lid bedoelde rekening aanhouden in of door middel van beveiligde mechanismen voor elektronische registratie, met inbegrip van mechanismen voor gedistribueerde elektronische registratie. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan dergelijke beveiligde mechanismen voor elektronische registratie dienen te voldoen.]3
[2 De Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van centrale effectenbewaarinstelling of enige andere centrale effectenbewaarinstelling die een vergunning bezit of erkend is krachtens Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 ("Verordening 909/2014"), zijn de centrale effectenbewaarinstellingen die door de emittent kunnen worden belast met het aanhouden van de gedematerialiseerde effecten en met de vereffening van transacties in deze effecten. De Koning erkent de rekeninghouders in België, op individuele wijze of op algemene wijze, per categorie van instellingen, naargelang van hun bedrijvigheid.]2
Het aantal van de op elk ogenblik in omloop zijnde gedematerialiseerde effecten en, in voorkomend geval, de soort waartoe deze behoren, wordt in het register van de effecten op naam, ingeschreven [2 op naam van de centrale effectenbewaarinstelling]2 of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 6:38 wordt toegepast.
[1 In afwijking van het derde lid, wordt voor obligaties het totale bedrag van de gedematerialiseerde effecten in het register vermeld en niet het aantal.]1
De boeking op rekening van effecten vestigt een onlichamelijk recht van mede-eigendom op de algemeenheid van effecten die [2 op naam van de centrale effectenbewaarinstelling]2 of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 6:38 wordt toegepast, zijn ingeschreven in het register van effecten op naam bedoeld in het derde lid.
De Nationale Bank van België is belast met het toezicht op de naleving door de in België erkende rekeninghouders van de regels bepaald door of krachtens deze afdeling. Voor de uitoefening van dit toezicht, voor het opleggen van administratieve sancties en voor het treffen van andere maatregelen ten overstaan van de erkende rekeninghouders maakt de Nationale Bank van België:
1° ten aanzien van kredietinstellingen gebruik van de bevoegdheden die haar worden toegekend door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
2° [2 ten aanzien van beursvennootschappen]2 gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
3° [2 ten aanzien van centrale tegenpartijen en centrale effectenbewaarinstellingen gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend door de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de National Bank van België.]2
De daarmee overeenstemmende bepalingen die de niet-naleving van voornoemde bepalingen bestraffen zijn van toepassing.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 122, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
(2)<W 2021-06-27/09, art. 313, 006; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
(3)<W 2021-06-27/09, art. 412, 006; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
[3 De centrale effectenbewaarinstelling en de erkende rekeninghouder kunnen de in het eerste lid bedoelde rekening aanhouden in of door middel van beveiligde mechanismen voor elektronische registratie, met inbegrip van mechanismen voor gedistribueerde elektronische registratie. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan dergelijke beveiligde mechanismen voor elektronische registratie dienen te voldoen.]3
[2 De Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van centrale effectenbewaarinstelling of enige andere centrale effectenbewaarinstelling die een vergunning bezit of erkend is krachtens Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 ("Verordening 909/2014"), zijn de centrale effectenbewaarinstellingen die door de emittent kunnen worden belast met het aanhouden van de gedematerialiseerde effecten en met de vereffening van transacties in deze effecten. De Koning erkent de rekeninghouders in België, op individuele wijze of op algemene wijze, per categorie van instellingen, naargelang van hun bedrijvigheid.]2
Het aantal van de op elk ogenblik in omloop zijnde gedematerialiseerde effecten en, in voorkomend geval, de soort waartoe deze behoren, wordt in het register van de effecten op naam, ingeschreven [2 op naam van de centrale effectenbewaarinstelling]2 of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 6:38 wordt toegepast.
[1 In afwijking van het derde lid, wordt voor obligaties het totale bedrag van de gedematerialiseerde effecten in het register vermeld en niet het aantal.]1
De boeking op rekening van effecten vestigt een onlichamelijk recht van mede-eigendom op de algemeenheid van effecten die [2 op naam van de centrale effectenbewaarinstelling]2 of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 6:38 wordt toegepast, zijn ingeschreven in het register van effecten op naam bedoeld in het derde lid.
De Nationale Bank van België is belast met het toezicht op de naleving door de in België erkende rekeninghouders van de regels bepaald door of krachtens deze afdeling. Voor de uitoefening van dit toezicht, voor het opleggen van administratieve sancties en voor het treffen van andere maatregelen ten overstaan van de erkende rekeninghouders maakt de Nationale Bank van België:
1° ten aanzien van kredietinstellingen gebruik van de bevoegdheden die haar worden toegekend door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
2° [2 ten aanzien van beursvennootschappen]2 gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
3° [2 ten aanzien van centrale tegenpartijen en centrale effectenbewaarinstellingen gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend door de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de National Bank van België.]2
De daarmee overeenstemmende bepalingen die de niet-naleving van voornoemde bepalingen bestraffen zijn van toepassing.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 122, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
(2)<W 2021-06-27/09, art. 313, 006; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
(3)<W 2021-06-27/09, art. 412, 006; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
Bron: Justel
