Artikel 12:121, WVV

Art. 12:121. [1 De grensoverschrijdende splitsing vindt rechtsgeldig plaats niettegenstaande de opleg in geld van meer dan een tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen van de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap, op voorwaarde dat de wetgeving waaronder ten minste één van de bij de splitsing betrokken buitenlandse vennootschappen valt het toelaat.
   Indien de vennootschap die de aandelen uitreikt een vennootschap zonder kapitaal is, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de vennoten of aandeelhouders toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de vennoten of aandeelhouders kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-25/04, art. 38, 013; Inwerkingtreding : 16-06-2023>
  

  
Bron: Justel