Artikel 8:3, WVV
Art. 8:3.Voor de toepassing van de pachtwet wordt de uitbating als werkende vennoot in een VOFLO, als gecommanditeerde vennoot in een CommVLO, of als bestuurder in een BVLO of een CVLO, gelijkgesteld met diens persoonlijke uitbating. Dit geldt zowel ten aanzien van de pachter als de verpachter, wier rechten en plichten onverkort blijven voortbestaan.
Bij de inbreng van de eigendom, het gebruiksrecht of het genotsrecht van het verpachte goed door de verpachter in een VOFLO, een CommVLO, een BVLO of een CVLO, kan die vennootschap de pacht slechts opzeggen wanneer de verpachter die het goed inbracht, diens echtgenoot, [1 diens wettelijk samenwonende partner,]1 afstammelingen of aangenomen kinderen of die van zijn echtgenoot [1 of wettelijk samenwonende partner]1 het statuut van, naargelang van het geval, werkende vennoot, gecommanditeerde vennoot of bestuurder in de vennootschap hebben.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 178, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
Bij de inbreng van de eigendom, het gebruiksrecht of het genotsrecht van het verpachte goed door de verpachter in een VOFLO, een CommVLO, een BVLO of een CVLO, kan die vennootschap de pacht slechts opzeggen wanneer de verpachter die het goed inbracht, diens echtgenoot, [1 diens wettelijk samenwonende partner,]1 afstammelingen of aangenomen kinderen of die van zijn echtgenoot [1 of wettelijk samenwonende partner]1 het statuut van, naargelang van het geval, werkende vennoot, gecommanditeerde vennoot of bestuurder in de vennootschap hebben.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 178, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
Bron: Justel
