Artikel 7:15, WVV

Art. 7:15. De nietigheid van een naamloze vennootschap kan alleen in de hiernavolgende gevallen worden uitgesproken:
  1° wanneer de oprichtingsakte niet werd opgemaakt in de vereiste vorm;
  2° wanneer in de oprichtingsakte geen gegevens voorkomen over de naam en het voorwerp van de vennootschap, de inbreng of het bedrag van het geplaatste kapitaal;
  3° wanneer het voorwerp van de vennootschap ongeoorloofd is of strijdig met de openbare orde;
  4° wanneer er geen geldig verbonden oprichter is.

  
Bron: Justel