Artikel 7:38, WVV

Art. 7:38.De eigenaars van gedematerialiseerde effecten bedoeld in artikel 7:36 kunnen hun rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 7:35, vierde lid, alleen laten gelden jegens de erkende rekeninghouder bij wie deze effecten op rekening werden geboekt of, indien zij die effecten rechtstreeks aanhouden bij [2 de centrale effectenbewaarinstelling]2, jegens deze laatste. Bij wijze van uitzondering kunnen zij:
  1° een recht van terugvordering uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en artikel 9bis, tweede tot vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van de financiële instrumenten;
  2° rechtstreeks hun lidmaatschapsrechten uitoefenen bij de emittent;
  3° in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de emittent rechtstreeks hun recht van verhaal tegen deze laatste uitoefenen.
  In geval van faillissement van de erkende rekeninghouder of in alle andere gevallen van samenloop, gebeurt de terugvordering van het bedrag van de in artikel 7:36 bedoelde gedematerialiseerde effecten, dat de erkende rekeninghouder is verschuldigd, op collectieve wijze [3 via, naargelang het geval, de curator of de vereffenaar,]3 op de algemeenheid van de gedematerialiseerde effecten van dezelfde categorie en soort, die op naam van de erkende rekeninghouder zijn ingeschreven bij andere erkende rekeninghouders of bij [2 de centrale effectenbewaarinstelling]2.
  Indien in het geval bedoeld in het tweede lid, deze algemeenheid onvoldoende is om de volledige teruggave te verzekeren van de op rekening geboekte verschuldigde gedematerialiseerde effecten, wordt zij verdeeld onder de eigenaars in verhouding tot hun rechten.
  Wanneer eigenaars de erkende rekeninghouder overeenkomstig het toepasselijke recht hebben gemachtigd om over hun gedematerialiseerde effecten te beschikken, en voor zover een dergelijke beschikking is gebeurd binnen de grenzen van deze machtiging, wordt hun, in geval van faillissement van de erkende rekeninghouder of in alle andere gevallen van samenloop, slechts het aantal effecten toegekend dat overblijft nadat het volledige aantal van de aan de andere eigenaars toebehorende effecten van dezelfde categorie aan deze laatsten is teruggegeven.
  Indien de erkende rekeninghouder zelf eigenaar is van een aantal gedematerialiseerde effecten van dezelfde categorie, wordt hem, bij de toepassing van het derde lid, slechts het bedrag aan effecten toegekend dat overblijft nadat het volledige bedrag van de door hem voor rekening van derden gehouden effecten van dezelfde categorie is teruggegeven.
  Wanneer een tussenpersoon voor andermans rekening in artikel 7:36 bedoelde gedematerialiseerde effecten heeft laten inschrijven op zijn naam of op naam van een derde persoon, mag de eigenaar voor rekening waarvan deze inschrijving is genomen, van de erkende rekeninghouder of van [2 de centrale effectenbewaarinstelling]2 het tegoed terugvorderen dat op naam van deze tussenpersoon of derde persoon is ingeschreven. Deze terugvordering wordt uitgeoefend volgens de in het eerste tot vierde lid omschreven regels.
  De teruggave van de in artikel 7:36 bedoelde gedematerialiseerde effecten gebeurt door overschrijving op een effectenrekening bij een andere erkende rekeninghouder, aangewezen door de persoon die het terugvorderingsrecht uitoefent.
  ----------
  (1)<W 2020-04-28/06, art. 137, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
  (2)<W 2021-06-27/09, art. 315, 006; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
  (3)<W 2023-12-20/08, art. 92, 016; Inwerkingtreding : 25-01-2024>

  
Bron: Justel