Artikel 7:218, WVV

Art. 7:218. § 1. De vennootschap kan de krachtens artikel 7:215, § 1, verkregen aandelen, winstbewijzen of certificaten slechts vervreemden:
  1° als gevolg van een aanbod tot verkoop, gericht aan alle aandeelhouders, en in voorkomend geval, houders van winstbewijzen of certificaathouders, tegen dezelfde voorwaarden per soort of per categorie;
  2° voor wat betreft aandelen, winstbewijzen of certificaten die zijn genoteerd op een gereglementeerde markt of op een MTF als bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU, op die gereglementeerde markt of die MTF voor zover deze werkt met minstens één dagelijkse verhandeling en met een centraal orderboek; evenzo kunnen deze vennootschappen hun eigen aandelen, winstbewijzen, of certificaten verkopen buiten die gereglementeerde markt of die MTF, op voorwaarde dat zij de gelijke behandeling van de aandeelhouders, winstbewijshouders of certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden waarborgen door middel van gelijkwaardigheid van de gevraagde prijs;
  3° ter vermijding van ernstig dreigend nadeel voor de vennootschap, krachtens een statutaire machtiging goedgekeurd onder de in artikel 7:215, § 1, vijfde lid, bedoelde voorwaarden;
  4° krachtens uitdrukkelijke statutaire machtiging, aan één of meer bepaalde personen andere dan het personeel; in dit geval mogen de bestuurders die deze persoon of de met hem verbonden personen in feite vertegenwoordigen, niet aan de stemming in het bestuursorgaan deelnemen;
  5° onverminderd artikel 7:215, § 1, derde lid, aan het personeel;
  6° voor wat betreft de aandelen, winstbewijzen of certificaten, verkregen krachtens artikel 7:216, 2° en 3°, die moeten worden vervreemd binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van hun verkrijging, in zoverre de vennootschap niet over voldoende beschikbare reserves beschikt om de in artikel 7:217, § 3, bedoelde onbeschikbare reserve aan te leggen bij het verstrijken van die termijn van twaalf maanden.
  De Koning bepaalt de verplichtingen van de in paragraaf 1 bedoelde vennootschappen op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek betreffende verrichtingen tot vervreemding. Artikel 7:215, § 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
  § 2. De Koning bepaalt de nadere regels om de gelijke behandeling te verzekeren door middel van gelijkwaardigheid van de geboden prijs zoals bedoeld in paragraaf 1, 2°.

  
Bron: Justel