Artikel 3:6/4, WVV

Art. 3:6/4. [1 § 1. De duurzaamheidsinformatie als bedoeld in artikel 3:6/3 omvat:
   1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap, met inbegrip van:
   a) de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap ten aanzien van risico's in verband met duurzaamheidskwesties;
   b) de kansen voor de vennootschap op het gebied van duurzaamheidskwesties;
   c) de plannen van de vennootschap, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie, met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C in overeenstemming met de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering op 12 december 2015 aangenomen Overeenkomst van Parijs en met de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwet") en, in voorkomend geval, de blootstelling van de vennootschap aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten;
   d) de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden bij de vennootschap en met de effecten van de vennootschap op duurzaamheidskwesties;
   e) de wijze waarop de strategie van de vennootschap ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;
   2° een beschrijving van de door de vennootschap vastgestelde tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de vennootschap heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de vennootschap gebaseerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;
   3° een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;
   4° een beschrijving van het beleid van de vennootschap met betrekking tot duurzaamheidskwesties;
   5° informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;
   6° een beschrijving van de door de vennootschap toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Europese Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;
   7° een beschrijving van de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de vennootschap, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen, welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten en van andere negatieve effecten die de vennootschap op grond van andere vereisten van de Europese Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;
   8° een beschrijving van alle door de vennootschap genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, te verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;
   9° een beschrijving van de voornaamste risico's voor de vennootschap met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de belangrijkste afhankelijkheden van de vennootschap van die kwesties, en hoe de vennootschap die risico's beheert;
   10° de indicatoren die relevant zijn voor de in 1° tot 9° bedoelde informatieverschaffing.
   § 2. De duurzaamheidsinformatie bevat, in voorkomend geval, ook informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de vennootschap, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen.
   Aan de vennootschappen en entiteiten die niet onderworpen zijn aan de verplichting van het openbaar maken van duurzaamheidsinformatie maar wel deel uitmaken van de waardeketen bedoeld in het eerste lid, mag er niet meer informatie worden gevraagd dan wat vereist is in het licht van de Europese standaarden van duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen en wat redelijkerwijs verlangd kan worden van vennootschappen en entiteiten die leveranciers of klanten zijn in de waardeketen.
   § 3. Waar dit passend wordt geacht, bevat de in het jaarverslag opgenomen duurzaamheidsinformatie ook de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg betreffende de andere informatie in het jaarverslag en de bedragen in de jaarrekening.
   § 4. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan van de vennootschap beslissen om informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld niet op te nemen in het jaarverslag, indien de rapportering van die informatie, naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van het bestuursorgaan en met de collectieve verantwoordelijkheid van de leden ervan voor dit standpunt, ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de commerciële positie van de vennootschap, mits het weglaten van deze informatie een getrouw beeld en evenwichtig begrip van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van de vennootschap evenals van de effecten van haar activiteiten niet in de weg staat.
   § 5. Vermeldt de vennootschap duurzaamheidsinformatie met betrekking tot het diversiteitsbeleid in haar jaarverslag, dan wordt de vennootschap geacht om te voldoen aan artikel 3:6, § 2, eerste lid, 6°, eerste en tweede lid. In dat geval neemt zij een verwijzing daarnaar op in haar verklaring inzake corporate governance.
   § 6. Het bestuursorgaan beschrijft in het jaarverslag van de vennootschap eveneens het uitgevoerde proces om de duurzaamheidsinformatie in kaart te brengen die het overeenkomstig artikel 3:6/3 in het jaarverslag heeft opgenomen. Deze informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2024-12-02/07, art. 16, 024; Inwerkingtreding : 30-12-2024>
  

  
Bron: Justel