Artikel 14:72, WVV

Art. 14:72. Uiterlijk binnen twee maanden na de bekendmaking van het omzettingsvoorstel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, kunnen de schuldeisers, niettegenstaande andersluidende bepaling, een zekerheid of enige andere waarborg eisen van de stichting voor hun schuldvorderingen die op het tijdstip van de bekendmaking vaststaand maar nog niet opeisbaar zijn evenals voor hun schuldvorderingen waarvoor in rechte of via arbitrage een vordering tegen de stichting werd ingesteld vóór de bekendmaking van het omzettingsvoorstel.
  Daartoe richt de schuldeiser tegelijkertijd een schriftelijk verzoek aan de stichting en de notaris vermeld in het omzettingsvoorstel, op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn verzoek.
  De stichting kan deze vordering afweren door de schuldvordering te betalen tegen haar waarde, na aftrek van het disconto.
  Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen voldoening heeft gekregen, legt de meest gerede partij het geschil voor aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de schuldplichtige stichting, zitting houdend in kort geding.
  Zonder afbreuk te doen aan de grond van de zaak, bepaalt de voorzitter de zekerheid die de stichting moet stellen en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren, tenzij hij beslist dat geen zekerheid is vereist gelet op de waarborgen en voorrechten waarover de schuldeiser beschikt of op de solvabiliteit van de stichting.

  
Bron: Justel