Artikel 6:1, WVV

Art. 6:1. § 1. De coöperatieve vennootschap heeft tot voornaamste doel aan de behoeften van haar aandeelhouders dan wel derde belanghebbende partijen te voldoen en/of hun economische en sociale activiteiten te ontwikkelen, onder meer door met hen overeenkomsten te sluiten over de levering van goederen, de verrichting van diensten of de uitvoering van werken in het kader van de activiteit die de coöperatieve vennootschap uitoefent of laat uitoefenen. De coöperatieve vennootschap kan tevens tot doel hebben aan de behoeften van haar aandeelhouders of haar moedervennootschappen en hun aandeelhouders dan wel hun derde belanghebbende partijen te voldoen, al dan niet via de tussenkomst van dochtervennootschappen. Zij kan tevens tot doel hebben hun economische en/of sociale activiteiten te bevorderen middels een deelneming in één of meer andere vennootschappen.
  De hoedanigheid van aandeelhouder kan zonder statutenwijziging worden verkregen en de aandeelhouders kunnen, binnen de door de statuten bepaalde grenzen, ten laste van het vennootschapsvermogen uittreden of uit de vennootschap worden uitgesloten.
  § 2. De aandelen van een coöperatieve vennootschap kunnen niet worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:11, noch op een niet gereglementeerde markt. In het geval van notering van de andere effecten op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:11, wordt de vennootschap een organisatie van openbaar belang als bedoeld in artikel 1:12, 2°.
  § 3. Een coöperatieve vennootschap kan worden erkend overeenkomstig de bepalingen van boek 8.
  § 4. De coöperatieve finaliteit en de waarden van de coöperatieve vennootschap worden beschreven in de statuten en, in voorkomend geval, aangevuld met een uitvoerigere toelichting in een intern reglement of een handvest.

  
Bron: Justel