Artikel 7:105, WVV
Art. 7:105. § 1. De raad van toezicht is een collegiaal orgaan dat minstens drie leden telt, die natuurlijke of rechtspersonen zijn. Leden van de raad van toezicht kunnen niet tevens ook lid zijn van de directieraad.
§ 2. Leden van de raad van toezicht kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden.
§ 3. De leden van de raad van toezicht worden door de algemene vergadering van aandeelhouders benoemd; zij kunnen voor de eerste maal worden aangeduid in de oprichtingsakte. Zij worden benoemd voor ten hoogste zes jaar, maar hun mandaat is onbeperkt hernieuwbaar.
Tenzij de statuten of het benoemingsbesluit van de algemene vergadering anders bepalen, loopt hun mandaat van de algemene vergadering waarop zij worden benoemd tot de gewone algemene vergadering in het boekjaar waarin hun mandaat volgens het benoemingsbesluit verstrijkt.
§ 4. De algemene vergadering kan het mandaat van elk lid van de raad van toezicht te allen tijde en zonder opgave van redenen met onmiddelijke ingang beeïndigen. Tenzij de statuten anders bepalen, kan de algemene vergadering op het moment van de opzegging evenwel de datum bepalen waarop het mandaat eindigt of een vertrekvergoeding toekennen.
In afwijking van het eerste lid kunnen de statuten bepalen dat het mandaat van een lid van de raad van toezicht enkel kan worden beëindigd mits inachtneming van een opzeggingstermijn of toekenning van een vertrekvergoeding.
Niettemin kan de algemene vergadering het mandaat van een lid van de raad van toezicht steeds beëindigen wegens wettige reden, zonder opzeggingstermijn of vertrekvergoeding.
§ 5. Elk lid van de raad van toezicht kan ontslag nemen door loutere kennisgeving aan de raad. Op verzoek van de vennootschap blijft hij in functie totdat de vennootschap redelijkerwijze in zijn vervanging kan voorzien. Hij kan zelf het nodige doen om de beëindiging van zijn mandaat aan derden tegen te werpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 2:18.
§ 2. Leden van de raad van toezicht kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden.
§ 3. De leden van de raad van toezicht worden door de algemene vergadering van aandeelhouders benoemd; zij kunnen voor de eerste maal worden aangeduid in de oprichtingsakte. Zij worden benoemd voor ten hoogste zes jaar, maar hun mandaat is onbeperkt hernieuwbaar.
Tenzij de statuten of het benoemingsbesluit van de algemene vergadering anders bepalen, loopt hun mandaat van de algemene vergadering waarop zij worden benoemd tot de gewone algemene vergadering in het boekjaar waarin hun mandaat volgens het benoemingsbesluit verstrijkt.
§ 4. De algemene vergadering kan het mandaat van elk lid van de raad van toezicht te allen tijde en zonder opgave van redenen met onmiddelijke ingang beeïndigen. Tenzij de statuten anders bepalen, kan de algemene vergadering op het moment van de opzegging evenwel de datum bepalen waarop het mandaat eindigt of een vertrekvergoeding toekennen.
In afwijking van het eerste lid kunnen de statuten bepalen dat het mandaat van een lid van de raad van toezicht enkel kan worden beëindigd mits inachtneming van een opzeggingstermijn of toekenning van een vertrekvergoeding.
Niettemin kan de algemene vergadering het mandaat van een lid van de raad van toezicht steeds beëindigen wegens wettige reden, zonder opzeggingstermijn of vertrekvergoeding.
§ 5. Elk lid van de raad van toezicht kan ontslag nemen door loutere kennisgeving aan de raad. Op verzoek van de vennootschap blijft hij in functie totdat de vennootschap redelijkerwijze in zijn vervanging kan voorzien. Hij kan zelf het nodige doen om de beëindiging van zijn mandaat aan derden tegen te werpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 2:18.
Bron: Justel
