Artikel 7:88, WVV
Art. 7:88.§ 1. Wanneer de plaats van een bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht een nieuwe bestuurder te coöpteren, tenzij de statuten dit uitsluiten.
De eerstvolgende algemene vergadering moet het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder bevestigen; bij bevestiging volbrengt de gecoöpteerde bestuurder het mandaat van zijn voorganger, tenzij de algemene vergadering er anders over beslist. Bij gebrek aan bevestiging eindigt het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder na afloop van de algemene vergadering, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik.
§ 2. Voldoet de samenstelling van de raad van bestuur van een genoteerde vennootschap [1 of een organisatie van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 2°,]1 ten gevolge van de opengevallen bestuursplaats niet langer aan de vereisten [2 gesteld in artikel 7:86, § 1, eerste lid,]2 dan draagt de raad van bestuur die van zijn coöptatiebevoegdheid gebruik maakt er zorg voor dat zijn samenstelling opnieuw aan deze vereisten voldoet, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig.
[2 Artikel 7:86, § 1, derde lid, is]2 van overeenkomstige toepassing vanaf het ogenblik dat de raad van bestuur van zijn coöptatiebevoegdheid gebruik maakt zonder zijn samenstelling in overeenstemming [2 te brengen met artikel 7:86, § 1, eerste lid]2.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 143, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
(2)<W 2024-03-28/60, art. 157, 019; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
De eerstvolgende algemene vergadering moet het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder bevestigen; bij bevestiging volbrengt de gecoöpteerde bestuurder het mandaat van zijn voorganger, tenzij de algemene vergadering er anders over beslist. Bij gebrek aan bevestiging eindigt het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder na afloop van de algemene vergadering, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik.
§ 2. Voldoet de samenstelling van de raad van bestuur van een genoteerde vennootschap [1 of een organisatie van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 2°,]1 ten gevolge van de opengevallen bestuursplaats niet langer aan de vereisten [2 gesteld in artikel 7:86, § 1, eerste lid,]2 dan draagt de raad van bestuur die van zijn coöptatiebevoegdheid gebruik maakt er zorg voor dat zijn samenstelling opnieuw aan deze vereisten voldoet, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig.
[2 Artikel 7:86, § 1, derde lid, is]2 van overeenkomstige toepassing vanaf het ogenblik dat de raad van bestuur van zijn coöptatiebevoegdheid gebruik maakt zonder zijn samenstelling in overeenstemming [2 te brengen met artikel 7:86, § 1, eerste lid]2.
----------
(1)<W 2020-04-28/06, art. 143, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2020>
(2)<W 2024-03-28/60, art. 157, 019; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
Bron: Justel
